Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 25 oktober 2024
ECLI:NL:RBROT:2024:11240
Feiten
Werkneemster en Stichting Argos Zorggroep (hierna: Argos) zijn op 1 september 2020 een leer-arbeidsovereenkomst aangegaan. Werkneemster volgde op basis van de Wet educatie en beroepsonderwijs een beroepsbegeleidende leerweg voor verzorgende Individuele Gezondheidszorg. De arbeidsovereenkomst is van rechtswege geëindigd op 31 juli 2023. Op 28 mei 2021 heeft werkneemster zich ziekgemeld.Argos besluit tussen 14 maart en 31 mei 2022 een loonstop toe te passen, omdat zij van mening is dat werkneemster passend werk op afdeling Gaarde weigert. Volgens Argos was een overplaatsing van Baarsweg naar Gaarde noodzakelijk voor de opleiding, waarbij de werkzaamheden vergelijkbaar zouden zijn. Werkneemster stelt echter dat de taken op Gaarde zwaarder zijn door de ernstigere problematiek van de patiënten en dat deze niet passend waren gezien haar situatie. Werkneemster vordert loon en emolumenten over de periode van de loonstop, vergoeding voor 243 verlofuren die bij de eindafrekening zijn afgeschreven, en daarnaast wettelijke verhoging, rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Het deskundigenoordeel van het UWV van 25 april 2022 toont aan dat het werk op afdeling Gaarde niet passend is voor werkneemster, aangezien de opgedragen taken haar belastbaarheid overschrijden. Werk met minder prikkels, zoals werk zonder of met weinig contact met patiënten, zou wel geschikt zijn. Argos stelde dat de loonstop werd toegepast omdat werkneemster van 13 maart 2022 tot 31 mei 2022 niet bereikbaar was en zich volledig onttrok aan haar re-integratieverplichtingen. Uit de correspondentie blijkt niet dat Argos werkneemster heeft uitgenodigd voor een gesprek over haar re-integratie. In de brief van 9 maart 2022 werd werkneemster gevraagd zich op 11 maart om 08.00 uur te melden op afdeling Gaarde, maar waarschijnlijk weigerde zij omdat zij dacht dat van haar verwacht werd daar te werken, wat zij niet kon. In de brief van 14 maart 2022 werd de loonstop aangekondigd zonder een uitnodiging voor overleg. Pas op 23 mei 2022 werd werkneemster opnieuw benaderd, maar wederom zonder uitnodiging voor overleg, alleen met de mogelijkheid om schriftelijk te reageren. Gezien het deskundigenoordeel van het UWV van 25 april 2022 dat het aangeboden werk niet passend was, had Argos werkneemster moeten uitnodigen voor een overleg over haar re-integratie. Omdat dit niet gebeurde, oordeelt de kantonrechter dat de loonstop onterecht is doorgevoerd. De vordering tot betaling van loon over de genoemde periode welke niet door Argos is betwist, wordt toegewezen.
Wettelijke verhoging en wettelijke rente
De wettelijke rente is toewijsbaar vanaf de opeisbaarheidsdatum van elke salaristermijn. De wettelijke verhoging wordt gematigd tot nihil, nu in de gegeven omstandigheden van werkneemster meer initiatief verwacht had mogen worden om contact op te nemen met Argos over haar re-integratie.
Verlofuren
Het staat vast dat werkneemster verlof heeft aangevraagd om aan haar re-integratieverplichtingen te ontsnappen. Argos heeft ingestemd met de verlofaanvragen en was in beginsel gerechtigd om 243 uren van haar verlof af te schrijven. Dit zou alleen anders zijn als onomstotelijk vaststaat dat werkneemster in deze periode niet in staat was tot re-integratie. De kantonrechter oordeelt dat dit niet blijkt uit het deskundigenoordeel van het UWV. Daaruit blijkt dat de re-integratieverplichtingen van werkneemster voldoende zijn. Het rapport bevestigt dat werkneemster beperkte mogelijkheden had voor arbeid, maar zij koos ervoor vakantie op te nemen in plaats van deze te benutten. Hoewel het UWV suggereert dat zij tijdelijk niet kon overleggen met Argos, is dit onvoldoende onderbouwd. De kantonrechter oordeelt dat niet is aangetoond dat werkneemster volledig niet in staat was tot re-integratie, waardoor Argos de vakantie-uren terecht heeft afgeschreven. Dit deel van de vordering wordt afgewezen.
Overige vorderingen
De incassokosten worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen. Hoewel beide partijen deels in het ongelijk zijn gesteld, oordeelt de kantonrechter dat Argos in de kosten van het geding moet worden veroordeeld. Argos heeft pas na de dagvaarding het achterstallig salaris en 41 ten onrechte afgeschreven vakantie-uren uitbetaald. Onder deze omstandigheden wordt Argos als grotendeels in het ongelijk gestelde partij beschouwd.