Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Douane
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 18 november 2024
ECLI:NL:RBAMS:2024:7015
Ontbindingsverzoek teamleidster en MT-lid bij de Douane toegewezen. Ernstig verwijtbaar handelen werkgever door klachten jegens werkneemster niet zorgvuldig te onderzoeken, haar maandenlang in het luchtledige te laten en tekort te schieten in zijn re-integratieverplichtingen.

Feiten

Werkneemster is op 1 mei 2009 in dienst getreden bij de Douane (hierna: de Douane) als teamleidster van het laboratorium. Werkneemster maakt deel uit van het MT. In november 2022 vernam werkneemster van de bedrijfsmaatschappelijk werker dat er meldingen over haar waren binnengekomen. Naar aanleiding daarvan heeft werkneemster een mail gestuurd naar de medewerkers van het laboratorium. In die mail heeft zij om concrete voorbeelden en openheid gevraagd van haar team. Een week later heeft werkneemster zich ziek gemeld. Vervolgens heeft werkneemster met een collega MT-lid gesproken over de situatie en de vermeende ‘angstcultuur’. In januari 2023 hebben gesprekken plaatsgevonden tussen werkneemster, acht medewerkers en een onafhankelijke derde. Naar aanleiding van die gesprekken zijn afspraken gemaakt. Vervolgens liet de Douane op 2 mei 2023 weten dat zij nog geen verbetering bij werkneemster had waargenomen. Vervolgens is werkneemster de toegang tot het laboratorium tijdelijk ontzegd. In het najaar van 2023 heeft de bedrijfsarts partijen geadviseerd tot mediation over te gaan. In juni 2024 heeft het UWV een deskundigenoordeel afgegeven, waarin is aangegeven dat de Douane zich onvoldoende heeft ingespannen in het kader van de re-integratie van werkneemster. Werkneemster verzoekt in de onderhavige procedure ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van ernstig verwijtbaar handelen onder toekenning van een billijke vergoeding van € 796.156,00 bruto.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. De Douane heeft aangevoerd zich nog steeds in te zetten voor de re-integratie van werkneemster en een passende plek te zoeken voor werkneemster. Normaal heeft herplaatsing van een arbeidsongeschikte werknemer de voorkeur. Toch is de kantonrechter van oordeel dat het gezien de gebeurtenissen, niet onbegrijpelijk is dat het vertrouwen van werkneemster te zwaar is aangetast. Naar aanleiding van algemeen geformuleerde klachten heeft de Douane zonder de ernst en gegrondheid van de klachten te onderzoeken, een gesprekstraject opgestart. De gesprekken hebben een averechts effect gehad. Het kan de Douane kwalijk worden genomen dat de gegrondheid van de klachten niet eerst is onderzocht. Het doel van het gesprekstraject is onvoldoende toegelicht. Door de onduidelijke aanpak is werkneemster in een onmogelijke situatie gebracht, die in belangrijke mate heeft bijgedragen aan de langdurige arbeidsongeschiktheid. Ondanks het advies van de bedrijfsarts is het niet tot een mediation gekomen. Gelet op het Deskundigenoordeel is het waarschijnlijk dat het UWV een loonsanctie zou opleggen. Onder deze omstandigheden kan van werkneemster niet langer gevergd worden dat zij in dienst blijft. Er wordt een billijke vergoeding van € 100.000 toegekend. Het door werkneemster verzochte bedrag is gebaseerd op een eventueel verlies aan inkomsten dat zij zal lijden omdat zij door de gebeurtenissen overweegt een ander carrièrepad te kiezen. Dit kan de Douane niet worden toegerekend. Voor vergoeding van emotionele en psychische schade of daadwerkelijk gemaakte kosten voor rechtsbijstand is geen ruimte. De keuze om een procedure aanhanging te maken blijft voor rekening van werkneemster. De proceskosten komen voor rekening van de Douane.