Rechtspraak
Rechtbank Overijssel (Locatie Zwolle), 3 december 2024
ECLI:NL:RBOVE:2024:6495
Feiten
Het pensioenfonds is een bedrijfstakpensioenfonds en uitvoerder van pensioenregelingen voor ondernemingen en bedrijfstakken. De deelneming in het pensioenfonds is verplicht voor werknemers van een onderneming in de schoonmaak- of glazenwassersbranche. Werkgeefster moet ervoor zorgen dat alle vereiste gegevens volledig, juist en tijdig aan het fonds worden verstrekt. Bij niet of niet tijdige aanlevering van de vereiste gegevens of bij aanlevering van foutieve gegevens is de aangesloten werkgeefster in verzuim. De Stichting Raad voor Arbeidsverhoudingen Schoonmaak- en Glazenwassersbranche (hierna: Ras) is opgericht door de cao-partijen bij de cao in het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf. Op grond van de cao is werkgeefster, die onder de werkingssfeer van de cao valt, verplicht aan Ras een bijdrage te betalen. In het Reglement Stichting Raad voor Arbeidsverhoudingen Schoonmaak- en Glazenwassersbranche (Reglement Ras) is invulling gegeven aan deze verplichte bijdrage en is bepaald dat de werkgever tijdig alle benodigde gegevens aan de administrateur moet verstrekken ter uitvoering van het reglement. Werkgeefster heeft twee werknemers in dienst gehad, die respectievelijk per 1 april 2021 en 21 december 2021 uit dienst zijn getreden. Werkgeefster heeft deze twee werknemers op 15 en 16 juni 2023 uit dienst gemeld. Tussen partijen heeft begin 2023 een procedure bij de rechtbank Overijssel plaatsgevonden. Werkgeefster is bij vonnis van 4 april 2023 veroordeeld tot betaling van twee achterstallige facturen. Het pensioenfonds en Ras hebben tot die tijd premies voor deze werknemers in rekening gebracht, maar hebben deze op 15 en 16 juni 2023 gecrediteerd. Het pensioenfonds en Ras willen dat werkgeefster de achterstallige facturen betaalt.
Oordeel
Volgens het pensioenfonds en Ras is er, ook na aftrek van de gecrediteerde bedragen van € 3.802,36 en € 3.645,96, nog een achterstand van € 6.917,11 in de premiebetalingen. Werkgeefster heeft daartegen aangevoerd dat het te laat afmelden van de twee werknemers niet te wijten is aan het handelen van werkgeefster. Het zijn de adviseurs van werkgeefster die hun taken niet naar behoren hebben verricht. Dit verweer faalt omdat de kantonrechter van oordeel is dat werkgeefster zelf verantwoordelijk is voor het nakomen van haar verplichtingen. Daarnaast hebben het pensioenfonds en Ras de creditfacturen verrekend met de desbetreffende facturen, dus zouden er geen bedragen meer moeten openstaan. Wat betreft het in mindering brengen van de creditnota’s overweegt de kantonrechter als volgt. Het pensioenfonds en Ras hebben toegelicht dat de twee creditnota’s van in totaal € 7.448,32 in mindering zijn gebracht op de achterstanden in de premiebetalingen. Die achterstanden gingen terug tot 2019. Werkgeefster heeft niet weersproken dat er, ook vóór het te laat afmelden van de twee medewerkers, betalingsachterstanden zijn geweest. Het pensioenfonds en Ras hebben de creditnota’s in mindering gebracht op de oudste openstaande facturen. Daardoor zijn de laatste facturen, waar de crediteringen eigenlijk op zagen, open blijven staan. Werkgeefster moet deze dus nog betalen en wordt ook veroordeeld tot het betalen van de wettelijke handelsrente.