Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Arckin B.V.
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Assen), 26 februari 2025
ECLI:NL:RBNNE:2025:856
Overname van personeel en cliƫnten na beƫindigen Wmo-contract door gemeenten. De kantonrechter oordeelt in kort geding dat sprake is van overgang van onderneming. De loonvorderingen van de (arbeidsongeschikte) werkneemster worden toegewezen.

Feiten

Werkneemster is op 23 februari 2015 in dienst getreden bij Chalcedoonzorg Zorg B.V. (hierna: Chalcedoonzorg) als huishoudelijke hulp. Sinds 2023 is werkneemster ziek. Op 17 juni 2024 heeft Arckin B.V. (hierna: Arckin) een e-mail gestuurd waarin is meegedeeld dat een groep medewerkers, onder wie werkneemster, in dienst zou treden bij Arckin. Arckin heeft de medewerkers laten weten dat alle werknemers een arbeidsovereenkomst kregen, behalve werknemers met een actief ziektedossier. Op 6 augustus 2024 heeft de rechtbank Chalcedoonzorg failliet verklaard. De curator heeft werkneemster per 9 augustus 2024 geïnformeerd dat haar arbeidsovereenkomst per 20 september 2024 wordt beëindigd. Het UWV heeft de aanvraag tot een failissementuitkering van werkneemster afgewezen, omdat werkneemster per 1 juli 2024 in dienst zou zijn getreden van Arckin. De gemachtigde van werkneemster heeft Arckin aangeschreven om achterstallig salaris van werkneemster uit te betalen en een bedrijfsarts in te schakelen. Werkneemster heeft het standpunt ingenomen dat sprake is van overgang van onderneming. Arckin heeft dit betwist. In het onderhavige kort geding vordert werkneemster betaling van loon en aanverwante vorderingen. Arckin voert aan dat er wel sprake zou zijn geweest van een mogelijke overgang van onderneming, maar dat dit onhoudbaar bleek te zijn. Arckin heeft er slechts zorg voor gedragen dat de combinatie van cliënt en hulpverlener van 1 juli 2024 kon worden voortgezet. 

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Werkneemster heeft een spoedeisend belang nu zij vanaf 1 juni 2024 geen inkomsten meer ontvangt. De kantonrechter overweegt dat de vraag of sprake is van een overgang van onderneming wel degelijk in kort geding kan worden beantwoord. De kantonrechter toetst of sprake is geweest van overgang van onderneming. De groep werknemers die zijn overgegaan worden aangemerkt als duurzame economische eenheid. Arckin voert aan dat Chalcedoonzorg geen functionele autonomie meer had, omdat zij per 1 januari 2024 geen contract meer had. Dat argument gaat niet op, omdat het enkele feit dat Clacedoonzorg op 1 januari 2024 geen contract meer had, niet afdoet aan haar functionele economie. Tussen partijen is niet in geschil dat sprake is van een fusie of splitsing. De kantonrechter oordeelt eveneens dat de economische identiteit haar identiteit heeft behouden. Het handelen van Arckin en Clacedoonzorg was er, gelet op de omstandigheden, op gericht om de cliënten en de huishoudelijke hulpmedewerkers te laten overgaan naar Arckin. Dat er geen ((im)mmateriële) activa zijn overgenomen acht de kantonrechter niet relevant. De eenheid bestond slechts uit arbeidskrachten die huishoudelijke hulp verrichten. Bij een overgang van onderneming gaan de rechten en verplichtingen uit een arbeidsovereenkomst mee over. De kantonrechter gaat niet mee in het standpunt van Arckin dat werkneemster, die inmiddels al anderhalf jaar arbeidsongeschikt was, niet meer organisatorisch verbonden was met Chalcedoonzorg. De loonvorderingen van werkneemster worden toegewezen. De wettelijke verhoging wordt gematigd tot 25%. De vordering tot afdracht van premies aan het pensioenfonds zal de kantonrechter afwijzen. Nadat Arckin werkneemster heeft aangemeld, is het aan het pensioenfonds om de daarvoor verschuldigde premies van Arckin te vorderen. Arckin wordt in de proceskosten veroordeeld.