Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/GGD Zuid-Limburg
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 19 maart 2025
ECLI:NL:RBLIM:2025:2640
Werknemer vraagt verklaring voor recht dat hij recht heeft op een jaarlijkse verhoging van zijn salaristrede, ook na zijn functioneel leeftijdsontslag. FLO-overgangsrecht voorziet niet in een dergelijk recht. Afwijzing verzoek volgt.

Feiten

Werknemer is op 17 juni 2002 in dienst getreden bij de GGD als ambulanceverpleegkundige. Inmiddels heeft werknemer aanspraak gemaakt op functioneel leeftijdsontslag (FLO). Werknemer vordert in deze procedure een verklaring voor recht dat hij gedurende zijn FLO tot het maximum van zijn loonschaal recht heeft op een jaarlijkse verhoging van de trede in zijn salarisschaal. Daarnaast vordert hij een hoofdelijke veroordeling van de Stichting Regionale Ambulancevoorziening Limburg (SRAL) en de Geneeskundige Gezondheidsdienst Zuid-Limburg (GGD) tot betaling van buitengerechtelijke kosten. Op 11 augustus en 28 november 2021 heeft werknemer naar de GGD gemaild dat zijn jaarlijkse periodieke salarisverhoging niet had plaatsgevonden. Hij verwees hierbij naar artikel 4.3 van de cao Ambulancezorg (oud). De GGD liet op 21 december 2021 aan werknemer weten dat hij tijdens fase 1 van FLO geen recht heeft op periodieke salarisverhogingen, verwijzend naar de cao Ambulancezorg en het Handboek FLO-overgangsrecht. In latere correspondentie lichtte de GGD haar standpunt verder toe en verwees zij naar de instructie salarisadministratie. Op 12 januari 2023 is werknemer meegedeeld dat de werkzaamheden van de ambulancezorg in Zuid- en Noord-Limburg werden samengebracht in de Stichting Ambulancezorg Limburg en dat hij per 1 januari 2023 was overgegaan op grond van overgang van onderneming

Oordeel

De kantonrechter oordeelt dat werknemer geen recht heeft op een periodieke salarisverhoging tijdens zijn FLO. Het FLO-overgangsrecht wordt gevormd door hoofdstuk 9b CAR-UWO en eventuele wijzigingen en aanvullingen daarop in cao’s. In artikel 9b:4 lid 1 CAR-UWO wordt bepaald dat de bezoldiging van een werknemer tijdens FLO wordt berekend over een refertejaar en daarna enkel nog wordt geïndexeerd met generieke salarisverhogingen. Periodieke salarisverhogingen worden in dit artikel niet als onderdeel van de bezoldiging aangemerkt. Daarom volgt uit het FLO-overgangsrecht geen recht op periodieke salarisverhogingen.

Voorts betoogt werknemer dat hij op grond van artikel 4.3 cao Ambulancezorg (oud) en de instructie salarisadministratie recht had op een periodieke salarisverhoging. De kantonrechter oordeelt echter dat de systematiek van periodieke verhogingen, waarbij een beoordeling van het functioneren van de werknemer plaatsvindt, niet past bij het refertejaarprincipe van het FLO-overgangsrecht. Bovendien wordt in de instructie salarisadministratie expliciet vermeld dat FLO’ers geen recht hebben op reguliere periodieken, maar slechts op generieke salarisverhogingen. Werknemer heeft onvoldoende onderbouwd dat hij op grond van de cao of de instructie salarisadministratie recht had op een periodieke salarisverhoging. Omdat de hoofdvordering wordt afgewezen, worden ook de gevorderde buitengerechtelijke kosten afgewezen.