Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 19 maart 2025
ECLI:NL:RBNHO:2025:3194
Feiten
Duursma is sinds een aantal jaren de initiatiefnemer en exploitant van het kerstcircus te Haarlem. Ook het kerstcircus dat liep van 22 december 2022 tot en met 8 januari 2023 was het initiatief van Duursma. Het Haarlemse kerstcircus komt tot stand doordat Duursma als risicodragend investeerder aan TT Circusproducties B.V. (hierna: TT) vraagt de gehele organisatie voor haar rekening te nemen. TT levert o.a. de acts. Bij het Rad des Doods lopen artiesten in en op een tweetal aan en om een as draaiende raderen tot wel 10 meter boven de grond, zonder veiligheidskabel en vangnet. Op 4 januari 2023 is artiest tijdens de voorstelling in Haarlem uit het Rad des Doods gevallen. Hij is daarbij ernstig gewond geraakt. Artiest vordert – samengevat – dat de kantonrechter voor recht verklaart dat Duursma jegens artiest aansprakelijk is op basis van het bepaalde in artikel 7:658 lid 4 BW en betaling van een voorschot.
Oordeel
Het gaat in deze zaak om de reikwijdte van artikel 7:658 lid 4 BW. Tussen partijen is niet in geschil dat Duursma en artiest geen arbeidsovereenkomst hadden. Het standaardarrest in deze is HR 23 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV0616. Wat betreft de daarin gegeven criteria schiet artiest tekort in de onderbouwing van zijn vordering. Ten eerste wordt niet uiteengezet hoe het uitvoeren van een gevaarlijke circusact, gelet op de wijze waarop Duursma aan haar bedrijf invulling pleegt te geven (te weten: promotie en kaartverkoop), feitelijk tot de bedrijfsuitoefening van Duursma behoort. Artiest heeft voorts niets gesteld over de mate waarin Duursma, al dan niet door middel van hulppersonen, invloed had op de werkomstandigheden van artiest en op de daarmee verband houdende veiligheidsrisico's. De enkele (door Duursma betwiste) eerst ter zitting betrokken stelling dat er matten naast het Rad des Doods hadden moeten worden gelegd, is daarvoor onvoldoende. Artiest heeft zijn vorderingen dus onvoldoende onderbouwd.