Rechtspraak
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 27 maart 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:5016
Feiten
Werknemer is een van de oprichters van Omroepvereniging Ongehoord Nederland (hierna: ON!). Hij is sinds de oprichting van ON! Bestuurder en voorzitter. Per 1 januari 2022 is hij op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in dienst getreden als algemeen directeur/hoofdredacteur. Op 19 december 2020 heeft werknemer de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt. De raad van toezicht (hierna: RvT) heeft op 20 juni 2023 besloten voor werknemer een gelijke ziektevoorziening te treffen als voor degenen die nog niet de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt, inclusief loondoorbetaling voor een periode van twee jaar. Terwijl werknemer in juli 2024 op vakantie was, heeft de RvT een brandbrief ontvangen van een collectief van bezorgde medewerkers van ON!. Uit de brief volgt dat werknemer de redactionele vrijheid zou hebben beperkt, Raisa Blommestijn de omroep heeft uitgewerkt, zich grensoverschrijdend heeft gedragen en met zijn handelen een angstcultuur heeft doen ontstaan. Werknemer heeft zich op 29 juli 2024 ziek gemeld. Op 2 augustus 2024 heeft de RvT werknemer uitgenodigd voor een vergadering op 13 augustus 2024 waarop zijn voorgenomen schorsing als bestuurder stond geagendeerd. Tevens is werknemer per direct op non-actief gesteld. In de uitnodiging is naar de brandbrief verwezen. Werknemer heeft een dag later op X gezegd dat er een coup tegen hem gepleegd zou worden. Op 13 augustus 2024 heeft de RvT een rapport met voorlopige bevindingen uitgebracht naar aanleiding van het intern onderzoek dat op 9 juli 2024 was gestart. Uit het onderzoek volgt dat werknemer zich op intimiderende wijze had uitgelaten en gedragen tegenover diverse medewerkers, dat er onder het bestuur van werknemer een angstcultuur zou zijn ontstaan, dat werknemer zijn eigen belangen boven die van ON! zou prioriteren en dat hij zich, met zijn bericht van 3 augustus 2024, schuldig heeft gemaakt aan smaad, laster en het uiten van dreigende teksten. De op 13 augustus 2024 geplande RvT-vergadering is verplaatst en heeft op 27 augustus 2024 plaatsgevonden Tijdens de vergadering is werknemer geschorst en is afgesproken dat een onafhankelijk onderzoeksbureau een onderzoek naar de situatie zou uitvoeren. Uit het onderzoeksrapport volgt dat werknemer zich schuldig zou hebben gemaakt aan ongepast gedrag, zoals intimideren en vernederen. Op 9 oktober 2024 heeft de RvT werknemer uitgenodigd voor een vergadering op 11 oktober 2024 waarop zijn voorgenomen ontslag als bestuurder stond geagendeerd. De toelichting op het voorgenomen besluit vermeldt dat volgens de statuten bij spoedeisend belang een kortere oproeptermijn dan een week mag worden aangehouden. De RvT heeft bij het voorgenomen besluit, kort en goed, aangevoerd dat er sprake was van disfunctioneren, ernstig verwijtbaar handelen en een door werknemer verstoorde arbeidsverhouding. Op 11 oktober 2024 is werknemer, bij zijn afwezigheid, ontslagen als bestuurder. Op 10 december 2024 heeft de RvT het ontslagbesluit van 11 oktober 2024 bekrachtigd. Werknemer vordert ON! in het incident te veroordelen tot loondoorbetaling tot de einddatum van de arbeidsovereenkomst. In de hoofdzaak vordert werknemer een verklaring voor recht dat het ontslagbesluit van 11 oktober 2024 nietig is. Werknemer voert aan dat het ontslagbesluit van 11 oktober 2024 vanwege het opzegverbod tijdens ziekte niet automatisch leidt tot het einde van de arbeidsovereenkomst én dat het besluit nietig of vernietigbaar is omdat de oproeping in strijd met de statuten en de redelijkheid en billijkheid is gedaan. ON! vraagt de rechtbank om werknemer niet-ontvankelijk te verklaren. Zij voert aan dat zij al vanaf 10 september 2024 geen loon meer hoefde te betalen omdat de loondoorbetalingsverplichting vanwege de AOW-leeftijd van werknemer was gestopt.
Oordeel
De rechter oordeelt als volgt. Aan de vraag of het opzegverbod aan het einde van de arbeidsovereenkomst in de weg staat, komt de rechter niet toe, omdat het ontslagbesluit van 11 oktober 2024 vernietigbaar is. Artikel 8 lid 6 van de statuten bevat een specifieke regeling voor ontslag van een bestuurder. De bepaling schrijft voor dat dit voornemen tijdig moet worden medegedeeld. De rechter is van oordeel dat voor een bestuurder wiens betrekkingen op het spel staan en voor wie de RvT in feite de laatste kans is om zich te verweren, het niet redelijk is dat een (veel) kortere termijn dan zeven dagen zou gelden. Uit de uitnodiging voor de vergadering van de RvT blijkt bovendien dat de RvT zelf ook als uitgangspunt nam dat de termijn voor bijeenroeping in beginsel een week zou zijn. De termijn (van twee dagen) van oproeping is zodanig kort dat niet kan worden gezegd dat het ontslag tijdig is medegedeeld en dat werknemer daadwerkelijk de kans heeft gehad zich te weren. Daarbij speelt mee dat werknemer arbeidsongeschikt was en dat de uitnodiging in ieder geval één nieuwe ontslagreden bevatte. De vordering tot vernietiging van het ontslagbesluit van 11 oktober 2024 wordt toegewezen. Door de vernietiging van het ontslagbesluit is ook het arbeidsrechtelijk ontslag ongeldig. Uit de notulen van de RvT-vergadering van 20 juni 2023 maakt de rechter op dat het de bedoeling was werknemer, ondanks zijn AOW-gerechtigde leeftijd, 104 weken loondoorbetaling toe te zeggen. De loonvordering van werknemer over oktober 2024 wordt toegewezen. De wettelijke verhoging wordt gematigd tot 25%, omdat er geen sprake is van het zonder enige grond niet betalen van loon. Omdat in de verzoekschriftprocedure tussen partijen is geoordeeld dat de arbeidsovereenkomst is geëindigd met het ontslagbesluit van 10 december 2024, wordt ON! slechts veroordeeld tot betaling van het loon tot 10 december 2024. ON! wordt in de proceskosten veroordeeld.