Rechtspraak
Feiten
Werknemer heeft een vordering ingesteld tot betaling van het (achterstallig) salaris, zolang de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is beëindigd. Daarnaast is de verstrekking van deugdelijke salarisspecificaties gevorderd. Op 16 januari 2025 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden. Werkgever is niet in de procedure verschenen en heeft ook niet op een andere wijze gereageerd.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. De vordering van werknemer wordt niet onrechtmatig of ongegrond geacht, zodat deze bij verstek wordt toegewezen. De vordering tot betaling van (achterstallig) salaris wordt beperkt tot 52 weken (van week 16 in 2024 tot en met week 15 in 2025). De vordering tot verstrekking van salarisspecificaties wordt toegewezen. Werkgever moet deze binnen vier weken verstrekken. De gevorderde dwangsom wordt gematigd tot € 50 per dag met een maximum van € 2.500. De wettelijke rente wordt toegewezen zoals gevorderd.
Werkgever is in het ongelijk gesteld en moet de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat werknemer op basis van een toevoeging heeft geprocedeerd, wordt werkgever niet veroordeeld tot betaling van explootkosten en betekeningskosten. Werknemer heeft een vergoeding gevorderd voor de door hem betaalde eigen bijdrage voor de verleende toevoeging. De eigen bijdrage maakt onderdeel uit van de proceskosten en is niet afzonderlijk toewijsbaar, ook niet als deze hoger is dan het volgens het liquidatietarief bepaalde gemachtigdensalaris. De gevorderde eigen bijdrage van € 714 wordt daarom afgewezen.