Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Installatiebedrijf
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 19 maart 2025
ECLI:NL:RBLIM:2025:2641
Werknemer die grondwerkzaamheden uitvoert, vordert dat Installatiebedrijf aansprakelijk wordt gesteld voor de te lijden schade door koolstofmonoxidevergiftiging. Opgelopen schade onvoldoende onderbouwd.

Feiten

Werknemer was via een uitzendbureau gedetacheerd bij Installatiebedrijf. Op 19 mei 2021 voerde werknemer in opdracht van Installatiebedrijf grondwerkzaamheden uit in de nabijheid van graafmachines. Op 20 mei 2021 bezocht werknemer de huisarts, waar in het journaal werd genoteerd dat hij in de buitenlucht werkt en te veel dieseluitlaatgassen had ingeademd. Hij was hierdoor misselijk en duizelig geworden en had de klachten gemeld. In de nacht van 1 op 2 juni 2021 werd werknemer met spoed naar de Spoedeisende Hulp gebracht. In het medisch verslag werd vermeld dat hij twee weken eerder op zijn werk mogelijk een koolstofmonoxidevergiftiging had opgelopen, wat had geleid tot klachten zoals misselijkheid, wazig zien en een verminderde eetlust. Uit onderzoek in het ziekenhuis bleek dat er geen tekenen waren van een hartinfarct. De artsen vermoedden dat zijn klachten te maken hadden met een virale luchtweginfectie. Op 27 juni 2021 werd werknemer opnieuw beoordeeld op de Spoedeisende Hulp na een telefonisch consult. Hij was in korte tijd zeven kilo afgevallen, had buikpijn en was erg sloom. Hij gaf aan dat hij tijdens zijn werk opnieuw veel uitlaatgassen had ingeademd en daarna ook voedsel had gegeten waardoor hij ziek werd. Ook zou hij een voorhoofdsholteontsteking hebben gehad. Hij had moeite met eten en drinken en had meerdere keren overgegeven. Vanwege zijn verslechterende toestand en hevige buikpijn werd hij doorverwezen naar de SEH. Op 29 juni 2021 werd werknemer opgenomen met buikpijn en misselijkheid die al drie dagen aanhielden. Een CT-scan toonde onverteerde maaginhoud aan, wat bevestigd werd via een gastroscopie. Dit beeld werd geïnterpreteerd als een gevolg van koolstofmonoxide-intoxicatie op de werkvloer. Uiteindelijk werd als ontslagdiagnose gastroparese vastgesteld, met gastritis als bijkomende aandoening, waarschijnlijk veroorzaakt door de CO-intoxicatie.

Werknemer vordert een verklaring voor recht waarin Installatiebedrijf aansprakelijk wordt gesteld voor de door werknemer te lijden schade en veroordeling tot die schade op te maken bij staat.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Uit de door werknemer overgelegde medische stukken volgt geen medische beoordeling met de conclusie dat er sprake is van een koolstofmonoxidevergiftiging. Wat blijkt, is dat werknemer in de periode na de vermeende blootstelling met verschillende medische problemen medische hulp heeft gezocht. Na een eerste huisartsenbezoek direct na 19 mei 2021 lijken de klachten van misselijkheid en duizeligheid snel af te nemen. Ongeveer twee weken later wordt werknemer met geheel andere klachten gezien op de SEH. Bij gebrek aan een aantoonbare cardiale oorzaak wordt als differentiaaldiagnose een virale luchtweginfectie aangenomen. Uit het verslag van 27 juni 2021 volgt ook dat voorafgaand aan de zogenoemde hartklachten er sprake zou zijn geweest van een voorhoofdsholteontsteking. Na de zogenoemde hartklachten is er een tweede bezoek aan de SEH in verband met buikklachten. De in de verslagen terugkomende CO-intoxicatie vindt telkens zijn oorsprong in door werknemer verstrekte informatie die niet medisch geobjectiveerd is. Werknemer heeft ook nagelaten om aan de hand van medische literatuur of een deskundigenbeoordeling het verband tussen de verschillende klachten en de gestelde koolstofmonoxidevergiftiging te onderbouwen. Mede gezien het tijdsverloop tussen de vermeende blootstelling en de verschillende klachten, is daarmee het bestaan van schade die het gevolg is van een bij de werkzaamheden opgelopen koolstofmonoxidevergiftiging onvoldoende onderbouwd. Daarbij kan in het midden blijven de gemotiveerde betwisting door Installatiebedrijf van de omstandigheden die volgens werknemer tot de vermeende intoxicatie hebben geleid. De vorderingen van werknemer stranden hiermee en worden derhalve afgewezen.