Rechtspraak
Feiten
Werkneemster was sinds 1 februari 2024 in dienst bij Republic M! B.V. (Republic M) als Virtual Key Accountmanager op basis van een arbeidsovereenkomst van zeven maanden, eindigend op 1 september 2024. Zij stelt dat Republic M ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door haar salaris bij de eindafrekening te verrekenen met een boete wegens schending van het nevenwerkzaamhedenbeding. Volgens haar is dit beding nietig en heeft zij het bovendien niet overtreden. Ze vordert een billijke vergoeding, achterstallig salaris, immateriële schadevergoeding, een verklaring voor recht, juridische kosten, wettelijke verhoging en rente.
Republic M betwist de vorderingen en stelt dat de verrekening terecht was, omdat werkneemster geen opheldering gaf over haar nevenwerkzaamheden. Verder vindt Republic M dat werkneemster geen verband heeft aangetoond tussen de beëindiging van de arbeidsovereenkomst en de door haar gestelde mentale klachten/emotionele schade. Ook meent Republic M dat mede omdat werkneemster een belangrijk aandeel heeft gehad in de ontstane situatie tussen partijen zij geen recht heeft op een vergoeding van de kosten voor rechtsbijstand.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Republic M heeft werkneemster op 5 juni 2024 op staande voet ontslagen, maar dit ontslag op 21 juni 2024 met haar instemming ingetrokken. Hoewel Republic M aanvankelijk het salaris over mei 2024 niet heeft uitbetaald, kan niet worden gesteld dat dit handelen heeft geleid tot het niet verlengen van de arbeidsovereenkomst. Werkneemster heeft zich op 23 juni 2024 ziekgemeld en heeft nadien geen poging ondernomen om de arbeidsrelatie te herstellen. Republic M heeft na de ziekmelding in eerste instantie 70% van het loon doorbetaald. Uiteindelijk heeft Republic M het resterende loon alsnog betaald. Er is daarom geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen door Republic M dat heeft geleid tot het einde van de arbeidsovereenkomst. Daarnaast is voldoende aannemelijk geworden dat Republic M niet tevreden was over het functioneren van werkneemster. Werkneemster werkte feitelijk weinig en behaalde haar targets niet. De arbeidsverhouding is vervolgens verstoord geraakt, waarbij niet kan worden gezegd dat Republic M hiervan de voornaamste oorzaak was. Werkneemster heeft daarnaast geen openheid van zaken gegeven over haar nevenwerkzaamheden tijdens haar ziekmelding. Dit heeft bijgedragen aan de verstoorde arbeidsrelatie.
Nevenwerkzaamhedenbeding
Wat betreft het nevenwerkzaamhedenbeding oordeelt de kantonrechter dat dit beding nietig is. Republic M heeft onvoldoende onderbouwd waarom een verbod op nevenwerkzaamheden objectief gerechtvaardigd zou zijn. Aangezien het beding nietig is, is werkneemster geen boete verschuldigd. Republic M heeft ten onrechte het salaris van werkneemster verrekend met een boetebedrag en moet daarom € 4.262,17 bruto, vermeerderd met rente, aan haar betalen.
Overige vorderingen
Verder heeft Republic M het salaris over mei en juni 2024 te laat uitbetaald zonder tijdige aankondiging van een loonopschorting. Hierdoor is Republic M wettelijke verhoging verschuldigd, die de kantonrechter matigt tot 20%. De gevorderde immateriële schadevergoeding wordt afgewezen, omdat werkneemster onvoldoende heeft onderbouwd dat zij door toedoen van Republic M schade heeft geleden. Eveneens wordt de gevorderde verklaring voor recht omtrent de nietigheid van het nevenwerkzaamhedenbeding afgewezen, omdat werkneemster hierbij geen zelfstandig belang heeft. Tot slot wordt de vordering tot vergoeding van juridische kosten afgewezen. De kantonrechter acht aannemelijk dat de juridische strijd mede door het handelen van werkneemster zelf is ontstaan. Haar weigering om openheid te geven over haar nevenwerkzaamheden, in combinatie met haar ziekmelding en het achterwege laten van een gesprek met Republic M, heeft bijgedragen aan de ontstane situatie. Gezien deze omstandigheden is er geen reden om Republic M te verplichten de kosten van rechtsbijstand te vergoeden.