Rechtspraak
werknemer/Volker Wessels Telecom Installaties BV
Werknemer (58 jaar) is sinds 1969 in dienst van de rechtsvoorganger van Volker Wessels Netwerk Bouw (VWNB). In het kader van een reorganisatie wordt de gehele dochteronderneming VWTI opgeheven. Aan werknemers - waaronder werknemer - wordt een vergoeding conform het Sociaal Plan van C=0,26 aangeboden. Werknemer stelt zich op het standpunt dat sprake is van kennelijke onredelijke opzegging en vordert schadevergoeding. Het hof heeft overwogen dat de aangeboden vergoeding conform het Sociaal Plan een aanwijzing vormt dat die voorziening toereikend is. De stellingen van werknemer dat zijn 36-jarige dienstverband bij (rechtsvoorgangers van) VWTI, zijn leeftijd (ten tijde van het ontslag 53 jaar), zijn opleidingsniveau, eenzijdig arbeidsverleden, de situatie op de arbeidsmarkt en zijn arbeidsgehandicapte-status tot een onevenredigheid in de gevolgen van de opzegging leidden, heeft het hof verworpen. Voorts heeft het hof overwogen dat werknemer inmiddels niet meer de status van arbeidsgehandicapte in de zin van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten (Wet REA) heeft. Tegen dit oordeel keert werknemer zich met een aantal klachten in cassatie.
De Hoge Raad oordeelt als volgt. Met zijn eerste klacht stelt werknemer dat op grond van het arrest Schoonderwoert/Schoonderwoerd het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat werknemer inmiddels geen Wet REA-gehandicapte is. Daarmee heeft het hof - aldus werknemer - ten onrechte een ex nunc-toetsing aangelegd. Hoewel de opvatting van de werknemer juist is, heeft het hof dit niet miskend. Wel heeft het hof onvoldoende gemotiveerd waarom de enkele formele status van arbeidsgehandicapte van invloed zou zijn op de arbeidsperspectieven van werknemer. In zoverre slaagt deze klacht.
Met zijn tweede klacht stelt werknemer zich op het standpunt dat van VWTI verwacht had mogen worden dat zij extra moeite had gedaan om hem elders in het concern te herplaatsen en dat het hof deze stelling ten onrechte heeft verworpen. Deze klacht treft doel. Daarbij verdient opmerking dat van een werkgever in beginsel een extra inspanning verwacht mag worden om een boventallige werknemer die door lichamelijke beperkingen moeilijk bemiddelbaar is op de arbeidsmarkt, binnen het hem vertrouwde concern te herplaatsen.