Naar boven ↑

Rechtspraak

Politieregio Haaglanden c.s./Algemeen Christelijke Politiebond c.s.

Acties politie waarbij de politie rond de avondspits langzamer rijdt op toegangswegen rechtmatig. Handelen in strijd met de (Wegenverkeers)wet maakt de acties niet automatisch onrechtmatig. Geen gevaar openbare orde en veiligheid. Acties zijn tijdig aangekondigd en proportioneel

De cao voor de politie is op 1 januari 2012 geëxpireerd. De minister en de politiebonden hebben overleg gevoerd over de totstandkoming van een nieuwe cao voor de politie, maar deze onderhandelingen hebben nog niet tot overeenstemming geleid. De politiebonden hebben acties aangezegd waarbij de politie op 3 mei 2012 van 16.30 tot 17.00 uur langzamer zal rijden op toegangswegen tot één of meerdere steden in drie politieregio’s. De politieregio’s Haaglanden, Rotterdam Rijnmond en Zuid-Holland-Zuid vorderen de actie te verbieden.

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Het stakingsrecht wordt beheerst door het ESH, in het bijzonder door art. 6 lid 4 ESH en artikel G ESH. Voor het oordeel dat een staking onrechtmatig is, is slechts dan plaats indien zwaarwegende procedureregels (‘spelregels’) zijn veronachtzaamd dan wel indien – met inachtneming van de door artikel G ESH gestelde beperkingen – moet worden geoordeeld dat de bonden en hun leden in redelijkheid niet tot deze actie hadden kunnen komen.

Tussen partijen is in confesso dat de aangekondigde acties vallen onder het toepassingsbereik van art. 6 lid 4 ESH. De vragen die in dit geding centraal staan, zijn of de procedureregels voor het uitroepen van de acties in acht zijn genomen, of met de aangekondigde acties misbruik wordt gemaakt van de controlerende en handhavende taak van de politie en of deze de openbare orde en veiligheid in gevaar brengen. Geoordeeld wordt dat de actie tijdig is aangezegd en dat de actie proportioneel is. De actievoerende ambtenaren maken geen misbruik van hun controlerende en handhavende taken. In dit geval worden de bijzondere taken en bevoegdheden van de politie niet ingezet als actiemiddel. De actievoerende politieambtenaren zullen door middel van spandoeken op de dienstvoertuigen duidelijk maken dat zij op dat moment als actievoerder en niet als politieambtenaar optreden, en is dit ook via de media aan het publiek duidelijk gemaakt. Hierbij speelt tevens mee dat het werkterrein van de politie de openbare ruimte is, zodat eventuele acties ook daar zullen plaatsvinden.

De voorzieningenrechter overweegt voorts dat handelen in strijd met de (Wegenverkeers)wet inderdaad in beginsel onrechtmatig is. Dat maakt echter nog niet (automatisch) dat de acties onrechtmatig zijn. Daarvoor is namelijk vereist dat niet slechts onrechtmatig wordt gehandeld, maar ook dat dit onrechtmatige handelen in zodanige mate inbreuk maakt op de in het eerste lid van art. G ESH aangewezen rechten van derden of algemene belangen dat het, maatschappelijk gezien, dringend noodzakelijk is om beperkingen op het stakingsrecht aan te brengen. De stelling van de politie dat beperkingen noodzakelijk zijn nu de openbare orde en nationale veiligheid door de acties gevaar lopen, wordt niet gevolgd. In dit verband wordt onder meer overwogen dat juist de politie tijdens de acties de openbare orde en veiligheid goed kan inschatten en waarborgen, de acties van korte duur zijn, het publiek via de media is geïnformeerd en de politiebonden hebben toegezegd de acties onmiddellijk af te breken indien dit noodzakelijk blijkt. Volgt afwijzing van de vorderingen.