Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant, 11 april 2013
ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ6592
Vereniging van middenkader en hoger personeel van MSD c.s./Merck Sharp & Dohme B.V. c.s.
SPPF voert de op de werknemers van Organon c.s. van toepassing zijnde pensioenregeling zoals omschreven in de CAO Organon BioSciences Nederland uit. De pensioenregeling heeft een gemengd karakter in die zin dat deze voor een deel bestaat uit een collectieve middelloonregeling (kapitaalovereenkomst als bedoeld in artikel 10 aanhef en sub c Pw) en voor een deel uit een individueel beschikbare premieregeling (premieovereenkomst als bedoeld in artikel 10 aanhef en sub c Pw). Per 1 september 2010 heeft het bestuur van SPPF een aantal maatregelen doorgevoerd die tot gevolg hebben dat de deelnemers aan de BP-regeling (beschikbare premieregeling, onderdeel van de pensioenregeling) bij pensionering voor het door belegging van hun premies opgebouwde kapitaal een aanzienlijk lager pensioen kunnen inkopen, soms tientallen procenten minder dan zonder het toepassen van de aangekondigde maatregelen. De aangekondigde maatregelen betreffen een aanpassing van de tarieven voor inkoop op basis van de nu bekende levensverwachting, toepassing van een solvabiliteitsopslag en toepassing van een excasso-opslag. De Vereniging van middenkader en hoger personeel van MSD en 128 (oud-)werknemers (hierna: VMHP c.s.) stellen dat het op grond van het goed werkgeverschap op de weg van Organon ligt om de negatieve gevolgen van de maatregelen voor VMHP c.s. te compenseren. Gesteld wordt dat Organon c.s. niet aan de informatieplicht hebben voldaan.
De kantonrechter volgt de stellingen van VMHP c.s. niet. De BP-regeling is, zoals Organon c.s. terecht opmerken, een zuivere premieovereenkomst. Er worden immers niet onmiddellijk na betaling van de premie rechten op periodieke uitkeringen ingekocht, noch wordt de premie onmiddellijk aangewend voor een te verzekeren kapitaal. Aangenomen moet daarom worden dat voor de vaststelling van hetgeen de wettelijke regelgeving bepaalde ten aanzien van informatieplichten niet de Pensioenwet en het BuP leidend zijn, maar de wetgeving zoals die tot 1 januari 2008 gold. Organon c.s. hebben uitvoerig betoogd dat en waarom zij aan de informatieplichten hebben voldaan. Bovendien is een vertegenwoordiger van VMHP bij het overleg over de pensioenregeling betrokken geweest. Van deze vertegenwoordigers mag worden verwacht dat zij de specifieke kennis in huis hebben om de consequenties van het aangaan van een bepaalde regeling te doorzien, dan wel dat zij zich laten bijstaan door ter zake deskundigen die die consequenties kunnen doorzien. Het risico van een wijziging in de levensverwachting kan SPPF op grond van artikel 3.7 doorberekenen in de waarderingsgrondslag bij inkoop. Dat levert geen schending van het pensioenreglement op en daarom ook geen tekortschieten van Organon c.s. in de nakoming van de pensioenovereenkomst met VMHP c.s. Ook het standpunt van VMHP c.s dat de eisen van goed werkgeverschap met zich brengen dat Organon c.s. de negatieve gevolgen voor VMHP c.s. van de wijziging van de waarderingsgrondslagen door SPPF dienen te compenseren wordt niet gevolgd. Bij de inkoop komen prijswijzigingen in beginsel voor risico van de werknemer. Indien dat risico in geval van de inkoop van pensioenaanspraken moet worden uitgesloten, moeten partijen kiezen voor een ander type pensioenovereenkomst, waarbij op de pensioengerechtigde leeftijd of bij het beëindigen van de deelneming een tevoren vastgestelde, gegarandeerde, aanspraak of recht ontstaat (uitkeringsovereenkomst), dan wel de betaalde premie niet wordt belegd, maar onmiddellijk wordt omgezet in een pensioenaanspraak. Wanneer werknemers (vertegenwoordigd door ter zake kundige belangenbehartigers) en werkgevers in vrije onderhandelingen tot overeenstemming komen over een regeling waarbij op dat moment kenbare risico’s bij de werknemers blijven liggen, bestaat geen grond voor een oordeel dat de eisen van goed werkgeverschap met zich brengen dat bij verwezenlijking van die risico’s de gevolgen daarvan voor rekening van de werkgever moeten komen. Volgt afwijzing van de vorderingen.