Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Tilburg), 6 maart 2015
ECLI:NL:RBZWB:2015:1453
werkneemster/werkgever
Werkneemster is sinds 28 juni 2014 op basis van een mondelinge arbeidsovereenkomst werkzaam in de functie van allround stalmedewerker. Op 21 november 2014 is door werkgever aan werkneemster medegedeeld dat zij werd ontslagen met het verzoek nog enkele dagen te blijven werken. Hierop heeft werkneemster zich ziek gemeld. Tot aan de dag van de mondelinge behandeling heeft zij geen werkzaamheden meer verricht. Over de maanden december, januari en februari heeft werkneemster geen loon ontvangen. Werkneemster vordert loondoorbetaling en wedertewerkstelling.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Niet is komen vast te staan dat Y als haar werkgever moet worden aangemerkt. Met Y is de kantonrechter van oordeel dat de heer X de werkgever is van werkneemster. De door Y aangehaalde argumenten (loonstroken, uittreksel Kamer van Koophandel) wijzen daar inderdaad op, terwijl werkneemster onvoldoende heeft aangetoond dat Y haar werkgever is. Dat geen schriftelijke arbeidsovereenkomst is opgemaakt, wreekt zich hier. Partijen hebben bij de mondelinge behandeling aangegeven dat er wel een conceptarbeidsovereenkomst is opgemaakt en aan werkneemster is aangeboden, maar dat heeft zij (o.m.) vanwege de onjuiste spelling van de naam niet ondertekend. Zij heeft geen afschrift van dit concept behouden. Indien en voor zover haar stelling dat Y haar werkgever is en dit uit de conceptarbeidsovereenkomst zou zijn af te leiden, moet het feit dat dit thans niet kan worden overgelegd, voor rekening en risico komen van werkneemster. Volgt afwijzing van de vorderingen [red: het door werkgever ingediende ontbindingsverzoek is afgewezen, zie AR 2015-0237].