Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 10 augustus 2015
ECLI:NL:RBAMS:2015:5256
Nissan Motor Parts Center B.V./werknemer
Werknemer is sinds 1 januari 1991 in dienst van Nissan als manager. Nissan verzoekt om ontbinding van de arbeidsovereenkomst per 1 november 2015 op grond van artikel 7:671b BW. Nissan stelt – zo begrijpt de kantonrechter – dat daarvoor een redelijke grond aanwezig is, als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 onderdeel a BW, waarbij het van Nissan niet gevergd kan worden het dienstverband te laten voortduren. Nissan stelt daarbij bereid te zijn werknemer bij wijze van beëindigingsvergoeding het bedrag van € 349.825 bruto toe te kennen en verzoekt de kantonrechter werknemer deze vergoeding toe te kennen. Nissan stelt dat als gevolg van noodzakelijke organisatorische wijzigingen de arbeidsplaats van werknemer is komen te vervallen.
De kantonrechter kan, gelet op artikel 7:671b lid 1 BW, de arbeidsovereenkomst op verzoek van de werkgever niet ontbinden op de grond genoemd in artikel 7:669 lid 3 onderdeel a BW. Omdat Nissan niet heeft gesteld en ook niet anderszins is gebleken dat de toestemming bedoeld in artikel 7:671a BW is geweigerd, terwijl er ook geen sprake is van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, die niet tussentijds kan worden opgezegd, kan het verzoek van Nissan niet worden toegewezen. Volgt afwijzing van het ontbindingsverzoek.