Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Vomar Voordeelmarkt B.V.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 4 november 2020
ECLI:NL:RBNHO:2020:8777
Werknemers van Vomar mogen na sluitingstijd filiaal alleen gezamenlijk verlaten. Het kwartier wachttijd na sluitingstijd wordt aangemerkt als arbeid, hetgeen meebrengt dat Vomar het loon over de wachttijd had moeten uitbetalen.

Feiten

Werknemer is op 4 juli 2011 bij Vomar Voordeelmarkt B.V. (hierna: Vomar) in dienst getreden in de functie van hulpkracht. Op de arbeidsovereenkomst is de cao VGL van toepassing. Binnen Vomar is een personeelsgids en personeelshandboek geïntroduceerd, hetgeen herhaaldelijk aan werknemers is medegedeeld. Werknemer is werkzaam voor het filiaal van Vomar in IJmuiden dat dagelijks tot 22.00 uur geopend is. Partijen hebben op 3 augustus 2018 overleg met elkaar gehad over het verplicht samen vertrekken vanuit het filiaal na sluitingstijd en hoe die tijd te registreren. Werknemer heeft zich daar op het standpunt gesteld dat de wachttijd, die kan oplopen tot 15 minuten, moet worden uitbetaald omdat het wachten voortvloeit uit een regel die is ingesteld door de filiaalmanager. Werkgever stelt zich op het standpunt dat de wachttijd niet betaald hoeft te worden op basis van artikel 10 van de cao VGL. Artikel 10 bepaalt dat ‘Alle werkelijke in opdracht van de werkgever gewerkte tijd, moet worden beloond in tijd of geld’. Wel heeft werkgever vanuit het oogpunt van coulance voorgesteld 5 gewerkte uren na te betalen bij wijze van eenmalige compensatie. Werknemer vordert dat de kantonrechter Vomar veroordeelt tot betaling van het achterstallig loon over de periode van februari 2015 tot en met februari 2020.

Oordeel

De kantonrechter overweegt dat de wachttijd gekwalificeerd moet worden als arbeid. Hoewel sprake is van ‘wachttijd’, gebeurt dit in opdracht van Vomar. De wachttijd valt daarmee onder het begrip arbeid in de zin van artikel 7:610 BW. Werknemer moet zich immers gedurende die wachttijd beschikbaar houden voor Vomar en blijkens de toelichting op dit artikel is ook het louter beschikbaar zijn van arbeidskracht, voldoende om invulling te geven aan het begrip arbeid. Dat de wachttijd is ingegeven vanuit veiligheidsoverwegingen, kan daaraan niet afdoen. Op grond van artikel 7:658 lid 1 BW is het ook de taak van Vomar om als werkgever voor een veilige werkomgeving te zorgen en de middelen daarvoor beschikbaar te stellen, in dit geval in de vorm van wachttijd. Dit betekent dat werknemer gedurende de wachttijd recht heeft op loon. Gelet op de werkzaamheden en omschrijving van zowel werknemer als Vomar van de tijd na sluitingstijd, komt het de kantonrechter aannemelijk voor dat het in de praktijk een kwartier kost om het pand gezamenlijk te verlaten. Werknemer heeft met een overzicht inzichtelijk gemaakt op welke dagen hij na sluitingstijd een kwartier heeft gewacht totdat hij het pand kon verlaten. Dit overzicht is volgens de kantonrechter onvoldoende gemotiveerd betwist door Vomar, zodat van de juistheid daarvan zal worden uitgegaan. Wel worden op deze uren van in totaal 41,25 de vijf uitbetaalde compensatie-uren in mindering gebracht, nu niet is gesteld of gebleken dat werknemer daarmee in zijn berekening rekening heeft gehouden. De kantonrechter zal deze uren op het saldo van 2018 in mindering brengen. Hoewel werknemer aanvoert dat de gehanteerde uurlonen onjuist zijn, gaat de kantonrechter hier niet in mee, nu het op de weg van eiser had gelegen om bij zijn vordering zijn uurlonen te onderbouwen. Omdat hij dit niet heeft gedaan, gaat de kantonrechter uit van de uurlonen zoals deze door Vomar zijn gesteld.