Rechtspraak
Rechtbank Overijssel (Locatie Zwolle), 24 augustus 2022
ECLI:NL:RBOVE:2022:2506
Feiten
Opleidingsinstituut Spoedeisende Geneeskunde B.V. (hierna: OSG) is een opleidingsinstituut voor medische en paramedische beroepsbeoefenaren. OSG is een ‘productline’ van Connexxion Nederland N.V. (hierna te noemen: Connexxion). A is met ingang van 1 juni 2018 in dienst getreden bij Connexxion in de functie van ‘manager ACM opleidingen’. In dat kader is hij te werk gesteld bij ACM opleidingen B.V. (hierna te noemen: ACM), maar had hij tevens bevoegdheden ten behoeve van OSG. BV Media is een onderneming die zich bezighoudt met de advisering op het gebied van PR, marketing en (sociale) media. C is (middellijk) enig bestuurder en aandeelhouder van BV Media. B verricht via haar onderneming het Administratieloket B.V. (hierna: AL), waarvan zij (middellijk) enig bestuurder en aandeelhouder is, administratiewerkzaamheden voor opdrachtgevers. Zij is de partner van C. Koko was de vennootschap van de partner van A. OSG heeft A met ingang van 17 maart 2021 op non-actief gesteld. De arbeidsovereenkomst tussen A en Connexxion is per 1 april 2021 geëindigd als gevolg van opzegging daarvan door A. Onder meer Koko, AL en BV Media hebben facturen gestuurd aan OSG. Volgens OSG zijn dit spookfacturen, waarbij A contracten heeft afgesloten namens OSG die niet het belang van OSG dienden, maar alleen het privébelang van A waarvoor A aansprakelijk is. Volgens OSG zijn ook de bij de malversaties betrokken vennootschappen en hun bestuurders aansprakelijk.
Oordeel
Aansprakelijkheid van oud-werknemer
In dit kader wordt vooropgesteld dat het versturen van facturen voor niet verrichte diensten kwalificeert als onrechtmatig handelen als bedoeld in artikel 6:162 BW, omdat de ontvanger van die facturen wordt bewogen tot het doen van betalingen zonder rechtsgrond. OSG en A verschillen van mening over de vraag of de norm van dit artikel in de gegeven omstandigheden voor wat betreft A wordt ingekleurd door het bepaalde over de aansprakelijkheid van de werknemer in artikel 7:661 BW, maar de rechtbank is van oordeel dat deze kwestie buiten beschouwing kan worden gelaten. Indien juist is dat A spookfacturen heeft laten verzenden aan OSG, is namelijk sprake van opzet in de zin van artikel 7:661 BW, zodat A ook op grond van die bepaling aansprakelijk kan worden gehouden voor de door OSG geleden schade. De rechtbank is van oordeel dat A onrechtmatig jegens OSG heeft gehandeld. Aangezien dit handelen aan A kan worden toegerekend, dient hij aansprakelijk te worden gehouden voor de schade die OSG hierdoor heeft geleden. Die schade bedraagt € 184.888,61 inclusief btw.
De aansprakelijkheid van de betrokken vennootschappen en hun bestuurders
De rechtbank is van oordeel dat AL op grond van artikel 6:166 BW aansprakelijk kan worden gehouden voor de door OSG geleden schade. De rechtbank is van oordeel dat ook is voldaan aan het vereiste dat sprake is van deelname aan gedragingen waarvan de kans op het toebrengen van schade deelnemers had behoren te weerhouden. Vast staat immers dat AL facturen heeft opgesteld zonder daarop te vermelden dat deze ook betrekking hebben op door Koko en BV Media gefactureerde werkzaamheden. Op de door AL opgestelde facturen staan evenmin haar eigen werkzaamheden duidelijk afzonderlijk vermeld. AL heeft desgevraagd ter zitting verklaard deze wijze van factureren op instructie van A te hebben toegepast. Ook indien juist is dat AL niet wist dat de door Koko en BV Media aan haar toegestuurde facturen vals waren – hetgeen in de gegeven omstandigheden niet direct aannemelijk is – hadden bij AL naar aanleiding van deze instructie de alarmbellen moeten gaan rinkelen en had zij moeten begrijpen dat met de door A gewenste en door haar toegepaste wijze van factureren het gevaar bestond dat OSG zou worden benadeeld. Dit geldt temeer nu A blijkens de e-mail van 1 september 2019 AL ook instrueerde over de hoogte van de op te stellen facturen en de daarop te vermelden omschrijving. Daarnaast geldt dat AL op zijn minst genomen zeer onzorgvuldig jegens OSG heeft gehandeld door het op ondoorzichtige wijze factureren van de werkzaamheden van Koko en BV Media bij OSG. Gelet op de instructies die B van A kreeg en het feit dat sprake is van enige samenhang tussen hun gedragingen, is tot slot naar het oordeel van de rechtbank ook aan het vereiste van het groepsverband voldaan. Hiervoor is vastgesteld dat BV Media via AL en A een bedrag van € 60.674,20 inclusief btw aan OSG heeft gefactureerd en betaald heeft gekregen voor niet geleverde diensten. Dit handelen van BV Media levert een onrechtmatige daad op die aan haar kan worden toegerekend, nu C (middellijk) enig bestuurder en aandeelhouder van BV Media was, zodat zijn handelen heeft te gelden als gedraging van de rechtspersoon. C heeft niet betwist dat hij het genoemde factureren voor niet geleverde diensten feitelijk uitvoerde. BV Media is dus gehouden het bedrag van € 60.674,20 inclusief btw, zijnde de door OSG als gevolg van het handelen van BV Media geleden schade, aan OSG terug te betalen. Aangezien A en AL ook aansprakelijk zijn voor deze schade, zal BV Media in het te wijzen eindvonnis op grond van artikel 6:102 BW hoofdelijk tot betaling daarvan worden veroordeeld. Dit betekent dat C en B ook persoonlijk aansprakelijk zijn te houden voor de door OSG geleden schade.