Rechtspraak
Werknemer heeft structureel 8 uren per week aanvullende werkzaamheden verricht. Thans vordert hij doorbetaling van deze overuren tijdens de arbeidsongeschiktheid en handhaving van deze norm na hervatting van de arbeid. De kantonrechter heeft in het tussenvonnis Arbo Unie toegelaten om tegenbewijs te leveren tegen het voorshands afdoende bewezen geachte feit dat de feitelijke omvang van de arbeid zich op het niveau bevindt van de gemiddelde omvang van de arbeid per maand in de drie maanden die voorafgingen aan de arbeidsongeschiktheid van werknemer. De kantonrechter heeft in het eindvonnis geoordeeld dat Arbo Unie het aan haar opgedragen bewijs heeft geleverd, waarna de vorderingen van werknemer zijn afgewezen. Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.