Rechtspraak
Voorlopige voorziening vordering tot loondoorbetaling toegewezen na ontslag op staande voet in verband met niet opvolgen werkhervattingsadviezen in verband met reintegratieverplichting. De kantonrechter is van oordeel dat Romi (werknemer) in deze procedure voorshands aannemelijk heeft gemaakt dat het ontslag op staande voet in een bodemprocedure geen stand zal houden. De kantonrechter overweegt daartoe dat ter gelegenheid van de mondelinge behandeling is gebleken dat partijen in het gesprek van 16 februari 2007 geen overeenstemming hebben bereikt over de wijze waarop Romi haar werkzaamheden zou hervatten en over de inhoud van die werkzaamheden. Hoewel er grenzen zijn aan de mate waarin van een werkgever mag worden verlangd bij het opstellen van een plan van aanpak rekening te houden met de wensen van de betreffende werknemer, zijn die grenzen in het onderhavige geval niet bereikt. Uit de gedingstukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat Hotel Leusden (ook) het laatstelijk door haar voorgestelde plan van aanpak heeft geënt op de conclusies en adviezen van haar bedrijfsarts, terwijl zij bekend was met de bezwaren van Romi tegen die conclusies en adviezen. Bovendien blijkt uit bovenstaand feitencomplex voldoende dat de voortdurende discussie over de arbeids(on)geschiktheid van Romi haar weerslag heeft gehad op de psychische gesteldheid van Romi en dat die weerslag bij Hotel Leusden bekend was. Hotel Leusden had daar meer rekening mee behoren te houden.
Bovendien blijkt uit de voormelde deskundigenoordelen van het UWV dat Romi zich naar het oordeel van de kantonrechter terecht op het standpunt heeft gesteld dat de haar aangeboden werkzaamheden onvoldoende passend waren. Gelet op alle omstandigheden van het geval kon Hotel Leusden in redelijkheid niet verlangen dat Romi op 19 februari 2007 haar werkzaamheden zou hervatten.