Naar boven ↑

Rechtspraak

Kern

Centraal staat de vraag of de oudercommissie op grond van de Wet Kinderopvang een adviesrecht heeft bij een grootschalige reorganisatie. Volgens het hof is dit het geval. Op grond van artikel 60 Wk heeft de oudercommissie een adviesrecht inzake voorgenomen besluiten die artikel 50 Wk betreffen. Ingevolge artikel 50, lid 1, van die wet dient de houder van een kindercentrum de kinderopvang op zodanige wijze te organiseren, zowel kwalitatief als kwantitatief zodanig van personeel en materiaal te voorzien, zorg te dragen voor een zodanige verantwoordelijkheidstoedeling en een zodanig pedagogisch beleid te voeren, dat - kort gezegd - sprake is van verantwoorde opvang. De houder dient in dat kader (voor zover in dit geval van belang) in ieder geval aandacht te besteden aan het aantal beroepskrachten in relatie tot het aantal kinderen per leeftijdscategorie en de groepsgrootte.

Niet in geschil is dat de oudercommissies geen adviesrecht hebben inzake personeel- of bedrijfseconomisch beleid. Besluiten die op bedrijfseconomische gronden worden genomen kunnen echter ook repercussies hebben voor een van de in artikel 50, lid 1, Wk genoemde onderwerpen. In dat geval brengt artikel 60 Wk met zich mee dat de houder voorafgaand aan het nemen van het betreffende besluit advies vraagt aan de oudercommissie.

Dat de vakbonden zijn geïnformeerd en de Wet op de ondernemingsraden is nageleefd doet hier op dezelfde gronden niet aan af. Het overleg met de vakbonden betreft het sociaal plan, hetgeen bij uitstek een bedrijfseconomisch onderwerp betreft waarvoor het adviesrecht van de oudercommissie niet geldt. De ondernemingsraad slaat met name acht op de te verwachten gevolgen voor de in de onderneming werkzame personen. De onderwerpen genoemd in artikel 50, lid 1, Wk kunnen daarbij wellicht zijdelings aan de orde komen, maar deze zijn niet in het bijzonder aan de ondernemingsraad toevertrouwd, zoals zij dat wel zijn aan de oudercommissie.

Volgt bekrachtiging vonnis voorzieningenrechter.