Rechtspraak
Kern
Werknemer is bij schrijven van 28 maart op staande voet ontslagen wegens het niet dragen van bedrijfskleding en in strijd met het bedrijfsreglement dragen van een neuspiercing op 20 maart. Volgens werknemer is het ontslag op staande voet niet onverwijld verleend en derhalve nietig.
De kantonrechter overweegt dat door tot tweemaal toe met aangetekende brief aan te kondigen dat bij een volgende overtreding van het bedrijfsreglement (bedrijfskledinggebod en piercingverbod) ontslag op staande voet volgt, de werkgever nadat zich weer een overtreding voordoet, geen tijd meer om juridisch advies in te winnen behoeft. Het ontslag op staande voet is derhalve niet onverwijld verleend.