Naar boven ↑

Rechtspraak

Kern

Het hof is van oordeel dat door werknemer onvoldoende feiten en omstandigheden zijn gesteld op grond waarvan dient te worden aangenomen dat de gevolgen van het ontslag, mede in aanmerking genomen de geringe vergoeding die hij ontving in het kader van het Sociaal Plan, voor hem te ernstig zijn vergeleken met de, in hoger beroep niet bestreden, door de kantonrechter aangenomen en verder niet meer betwiste bedrijfseconomische noodzaak voor Trega om een groot aantal werknemers te ontslaan. Er is met de vakorganisaties een Sociaal Plan vastgesteld, waarvan niet gesteld of gebleken is dat dit, in aanmerking genomen de bedrijfseconomische situatie, als geheel voor de werknemers ontoereikend was. Het enkele feit dat werknemer door het ontslag inkomensschade heeft geleden oordeelt het hof een onvoldoende ernstig gevolg. Werknemer was 32 jaar oud en pas één jaar in dienst van Trega, zodat ten tijde van het ontslag niet behoefde te worden verwacht dat de duur van het dienstverband of een eenzijdige werkervaring een beletsel was om ander werk te vinden. Achteraf kan worden vastgesteld dat dit juist was, nu werknemer slechts, volgens zijn eigen standpunt, één maand van een WW-uitkering heeft behoeven rond te komen.

Aanbod andere functie door werkgever is niet aan te merken als een herplaatsing ex Sociaal Plan. Sociaal Plan clausule niet van toepassing (behoud van salarisniveau). Werkgever niet gehouden werknemer passende arbeid aan te bieden.

Volgt afwijzing vordering kennelijk onredelijk ontslag.