Naar boven ↑

Rechtspraak

Bij besluit van 17 augustus 2004 heeft het Uwv appellante meegedeeld dat zij terzake van haar ziekmelding per 26 maart 2004 geen recht (meer) heeft op ziekengeld ingevolge de Ziektewet (ZW) nu per 7 maart 2004 de maximale periode van 52 weken is verstreken. Bij besluit van 6 september 2005 wordt het aan appellante onverschuldigd betaalde bedrag aan ZW-uitkering van € 8.125, over de periode van 26 maart 2004 tot en met 4 juli 2005, door het Uwv van haar teruggevorderd. In hoger beroep heeft appellante, onder verwijzing naar de gronden in beroep, gesteld dat onmiskenbaar als gevolg van een omissie van de zijde van het Uwv onverschuldigd is betaald. Het Uwv was vanaf medio augustus 2004 op de hoogte dat geen ziekengeld meer aan appellante diende te worden betaald. Nu in weerwil van deze omstandigheid het Uwv niettemin 17 maanden ziekengeld aan appellante heeft uitbetaald heeft het Uwv dusdanig onzorgvuldig gehandeld dat dringende redenen zijn ontstaan om - ten minste ten dele - van de terugvordering af te zien.

De CRvB oordeelt als volgt. Ingevolge artikel 33, eerste lid, van de ZW wordt het ziekengeld, dat als gevolg van een besluit in artikel 30a van de ZW onverschuldigd is betaald, teruggevorderd. Ingevolge artikel 33, vierde lid, van de ZW, kan, indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, het Uwv besluiten geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien. In het licht van - onder meer - zijn uitspraak van 6 september 2002 (LJN AE8699) is de Raad, met de rechtbank, van oordeel dat dringende redenen slechts gelegen kunnen zijn in de onaanvaardbaarheid van de gevolgen die een terugvordering voor een verzekerde heeft. De omstandigheid dat van de zijde van het Uwv een omissie is gemaakt kan op zichzelf geen dringende reden opleveren. De omissie van het Uwv is de oorzaak van de terugvordering, en behoort niet tot de gevolgen die een terugvordering voor een verzekerde heeft. Nu ook overigens in het onderhavige geval niet van onaanvaardbare gevolgen is gebleken, is de Raad van oordeel dat het Uwv op juiste gronden de onverschuldigd betaalde uitkering heeft teruggevorderd.