Naar boven ↑

Rechtspraak

Werknemer is van 3 januari 1953 tot en met 17 december 1960 (met een onderbreking van 18 maanden wegens militaire dienst) als (leerling) timmerman in dienst geweest van Verolme Scheepswerf Heusen N.V. (hierna: “Verolme”). In december 2007 is bij werknemer de (voorlopige) diagnose mesothelioom gesteld. Op 24 januari 2008 is dit door het Nederlands Mesothelioompanel bevestigd. Verolme bestaat niet meer. Allianz was de aansprakelijkheidsverzekeraar van Verolme. Werknemer heeft Verolme (p/a Allianz) aansprakelijk gesteld voor de door hem als gevolg van zijn ziekte geleden en te lijden materiële en immateriële schade. Volgens werknemer heeft Verolme haar zorgplicht ex artikel 7:658 BW geschonden en komt werknemer jegens Allianz een direct actie toe opgrond van artikel 7:954 BW. Volgens Allianz is de vordering van werknemer verjaard is.

De rechtbank oordeelt als volgt. Dat de vordering, gelet op art. 3:310 lid 2 BW, in beginsel is verjaard omdat de lange verjaringstermijn van 30 jaar is verstreken, is tussen partijen niet in geschil. Werknemer stelt immers zelf dat de vordering al sedert 1990 is verjaard omdat het laatste moment van blootstelling van werknemer aan asbest bij Verolme heeft plaatsgehad in december 1960. Werknemer stelt echter dat het door Allianz gedane beroep op verjaring in het licht van de in het arrest Hese/De Schelde ontwikkelde gezichtspuntencatalogus naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Allianz betwist deze stelling. De rechtbank toetst de gezichtspunten zoals genoemd in Hese/De Schelde waarbij bijzonder aandacht wordt geschonken aan de positie van de verzekeraar bij een ‘directe actie’ en het gezichtspunt ‘verwijtbaarheid’. Uiteindelijk komt de rechtbank tot de slotsom dat onvoldoende is komen vast te staan dat aan deze gezichtspunten is voldaan. Volgt afwijzing van de gevorderde voorziening wegens verjaring.