Naar boven ↑

Rechtspraak

Bij werkgever (verdachte) was in de periode van 1 juni 2006 tot en met 13 juni 2007 in de fabriekshal te Eindhoven een nokkenaslijn in bedrijf. Van deze nokkenaslijn maakten een richtpers en een portaallader deel uit. Gelet op het proces-verbaal van de arbeidsinspectie en de verklaring ter zitting afgelegd door de vertegenwoordigers van werkgever was er zowel bij het werken aan de portaallader als bij het werken met de richtpers onvoldoende aandacht voor veiligheid, werd er bij het opleiden van de personen die met deze machines moesten werken onvoldoende aandacht aan veiligheidsaspecten besteed en bestond er voorts in onvoldoende mate toezicht op naleving van de veiligheidsvoorschriften. Op basis van genoemd proces-verbaal en de afgelegde verklaringen staat vast dat er sprake was van een nalaten als omschreven in de tenlastelegging. Voorts staat vast dat op 13 juni 2007 werknemer is overleden toen hij tijdens zijn werkzaamheden bekneld raakte tussen de portaallader en de richtpers. Door het ontbreken van een goede veiligheidsstructuur en -bewustzijn heeft de rechtspersoon niet de juiste zorg betracht die van haar verwacht mocht worden. Aldus heeft werkgever feitelijk aanvaard dat er gehandeld werd in strijd met de Arbeidsomstandighedenwet en kan het strafbare handelen in redelijkheid aan haar worden toegerekend.

De rechtbank is van oordeel dat bewezen kan worden dat verdachte wist dat levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van werknemers was te verwachten. Zij overweegt daartoe als volgt. Het begrip weten in artikel 32 van de Arbeidsomstandighedenwet impliceert opzet. Onder het begrip opzet vallen verschillende gradaties van wetenschap variërend van ‘weten en willen’ (oogmerk) tot de ondergrens van het opzet, het zogenaamde ‘voorwaardelijk opzet’. Bij deze laatste vorm van opzet gaat het niet om ‘weten en willen’ maar om een waarschijnlijkheids- of mogelijkheidsbewustzijn. Naar het oordeel van de rechtbank bestond bij verdachte wetenschap in de zin van voorwaardelijk opzet. De werknemers aan de richtpers en portaallader werken met machines die bij onoordeelkundig of onjuist gebruik gevaar kunnen opleveren voor leven en gezondheid van de operators5. Dit is bij verdachte bekend. Indien stelselmatig de veiligheidsvoorschriften niet in acht worden genomen bij het werken met deze machines en beveiligingen zelfs werden omzeild en deze veronachtzaming zoals hierboven overwogen mede het gevolg is van een gebrekkige veiligheidsstructuur en -bewustzijn, heeft verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat er voor haar werknemers levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid te verwachten is. De rechtbank legt een geldboete van € 55.000 op.