Naar boven ↑

Rechtspraak

BMC Groep BV/werknemer
Rechtbank Overijssel, 24 december 2010
ECLI:NL:RBALM:2010:BO8973

BMC Groep BV/werknemer

Afwijzing collectief ontbindingsverzoek. Opstellen eigen ontslagcriteria in strijd met Ontslagbesluit

Werknemer is op 1 oktober 2006 in dienst getreden van BMC in de functie van adviseur. In verband met sterk teruglopende omzetten heeft BMC zich genoodzaakt gezien om ingrijpende kostenbesparende maatregelen te nemen teneinde de continuïteit van haar organisatie te waarborgen. Door structurele uitval van de vraag is in de loop van 2010 door BMC geconcludeerd dat een verdere reductie van het werknemersbestand noodzakelijk is. BMC heeft op 14 augustus 2010 een adviesaanvraag als bedoeld in artikel 25 lid 1 WOR bij de ondernemingsraad (OR) ingediend voor het ontslag van circa 145 werknemers. De OR heeft bij brief van 31 augustus 2010 positief geadviseerd. BMC heeft op 25 augustus 2010 ex artikel 3 Wet melding collectief ontslag (WMCO) de vakverenigingen en het UWV WERKbedrijf op de hoogte gebracht van het voorgenomen collectief ontslag. Het UWV WERKbedrijf heeft aangegeven dat de melding aan de wettelijke vereisten voldeed. De vakverenigingen hebben ondanks een verzoek daartoe niet gereageerd. BMC heeft voorts met de OR een Sociaal Plan opgesteld. In het Sociaal Plan staat dat BMC de drie volgende criteria hanteert voor de wijze waarop werknemers worden voorgedragen voor ontslag: (a) leegloop; (b) ontbreken van perspectief op opdrachten; en (c) uitgangspunten afspiegelingprincipe. Werknemer is op grond van leegloop (a) en gebrek aan perspectief op opdrachten (b) overtollig verklaard. BMC verzoekt thans op deze gronden ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Volgens BMC dient het afspiegelingsbeginsel in casu niet te worden toegepast.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Uit de financiële stukken blijkt naar oordeel van de kantonrechter genoegzaam dat er bij BMC een noodzaak bestaat om tot reorganisatie over te gaan. Aan BMC komt bovendien een grote mate van beleidsvrijheid toe als het gaat om de vraag hoe zij haar organisatie wenst in te richten. Vervolgens zal getoetst moeten worden of werknemer terecht voor ontslag is voorgedragen. BMC heeft ter bepaling van de vraag welke werknemers voor ontslag in aanmerking komen eigen criteria ontwikkeld, in samenspraak met de OR. Deze criteria wijken af van de regels neergelegd in het Ontslagbesluit. De kantonrechter is aan de regels van het Ontslagbesluit weliswaar niet zonder meer gebonden, waardoor afwijking van het afspiegelingsbeginsel niet per definitie is uitgesloten. Evenwel komt aan het Ontslagbesluit wel enige reflexwerking toe. Hoezeer het een werkgever vrij staat te kiezen voor de ontslagroute via de kantonrechter in plaats van via het UWV WERKbedrijf, het gevolg daarvan mag niet zijn dat de regels die juist zijn geschreven voor en toegespitst op de situatie van een collectief ontslag als gevolg van een reorganisatie 'zomaar' omzeild kunnen worden door voor alle voor ontslag voorgedragen werknemers naar de kantonrechter te gaan. Kortom, een werkgever zal in een dergelijke situatie goed moeten motiveren waarom afwijking van het afspiegelings-, en binnen de leeftijdscategorieën, het anciënniteitsbeginsel, vereist is en vervolgens objectieve en controleerbare criteria moeten hanteren. Dat is in de onderhavige zaak niet gebeurd. Vervolgens heeft BMC gesteld dat het 'ontbreken van perspectief op opdrachten' heeft meegespeeld. Ter zitting is enkel inzichtelijk geworden dat het al dan niet hebben van een declarabele klus op 1 augustus 2010 (mede?) bepalend is geweest voor de vraag welke werknemers dienden af te vloeien. Dat is een wel erg willekeurig criterium. Op geen enkele wijze is bijvoorbeeld inzichtelijk gemaakt voor hoe lang de niet voor ontslag voorgedragen werknemers op een klus 'zitten'. Evenmin is inzichtelijk gemaakt hoe beide criteria, 'leegloop' enerzijds en het 'ontbreken van perspectief op opdrachten' zich jegens elkaar verhouden. Onder deze omstandigheden kan de kantonrechter niet vaststellen dat BMC in redelijkheid tot de beslissing heeft kunnen komen om juist werknemer voor ontslag voor te dragen. De kantonrechter wijst het verzoek af.