Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Cadac
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Assen), 1 juni 2011
ECLI:NL:RBASS:2011:BQ7663

werknemer/Cadac

Schriftelijkheidsvereiste concurrentiebeding geldt ook als werknemer (stilzwijgend) een arbeidsovereenkomst aangaat met een andere rechtspersoon binnen dezelfde groep waarvan zijn eerste werkgever ook deel uitmaakt

Werknemer is op 2 januari 2006 in dienst getreden van Cad Plus ICT Componenten B.V. op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Op 1 januari 2009 komt werknemer met zijn werkgever overeen dat hij met ingang van 1 januari 2009 zijn werk zal voortzetten voor een andere rechtspersoon die deel uitmaakt van de groep van zijn werkgever, Cadac. Op 29 maart 2011 zegt werknemer de arbeidsovereenkomst met Cadac op. Cadac stelt zich op het standpunt dat een concurrentie- en relatiebeding deel uitmaakt van de door haar met werknemer gesloten arbeidsovereenkomst. Werknemer vordert schorsing van het concurrentie- en relatiebeding.

De kantonrechter stelt voorop dat strengere voorwaarden worden gesteld aan het aangaan van een concurrentie- en relatiebeding dan de voorwaarden die worden gesteld voor het aangaan van een arbeidsovereenkomst in het algemeen. Zo moet een concurrentie- en relatiebeding altijd schriftelijk worden aangegaan. Laatstgenoemd vereiste geldt naar het oordeel van de kantonrechter ook als de werknemer (stilzwijgend) een arbeidsovereenkomst aangaat met een andere rechtspersoon binnen dezelfde groep waarvan zijn eerste werkgever ook deel uitmaakt, zoals in dit geval aan de orde is. Omdat de arbeidsovereenkomst tussen Cadac en werknemer stilzwijgend tot stand is gekomen, is het aannemelijk dat de rechter in een bodemprocedure tot de slotsom komt dat er geen rechtsgeldig concurrentie- en relatiebeding tot stand is gekomen. De kantonrechter schorst het concurrentie- en relatiebeding totdat in de bodemprocedure uitspraak is gedaan.