Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Fydro
Rechtbank Gelderland, 1 juni 2011
ECLI:NL:RBARN:2011:BQ8572

werknemer/Fydro

Opzegging arbeidsovereenkomst statutair directeur niet onrechtmatig of kennelijk onredelijk. Vergoeding schade wegens te laat inleveren bedrijfsauto

Werknemer (47 jaar) is op enig moment benoemd tot statutair directeur van Fydro. Met ingang van 1 januari 2008 hebben werknemer en Fydro een arbeidsovereenkomst gesloten. Op 23 juli 2010 heeft de algemene vergadering van aandeelhouders van Fydro (hierna: AVA), in aanwezigheid van werknemer en diens adviseur, het besluit genomen om per 23 juli 2010 ontslag te verlenen aan werknemer. Met inachtneming van de wettelijke opzegtermijn eindigt de arbeidsovereenkomst tegen 1 september 2010. Voorts is medegedeeld dat de financiële situatie van de vennootschap uiterst zorgwekkend is. Over het eerste halfjaar van 2010 is wederom een fors verlies geleden waarbij tevens een fors liquiditeitstekort is ontstaan. Feitelijk is de vennootschap failliet doch door het feit dat nagenoeg alle verliezen zijn gefinancierd met eigen vermogen bestaat er momenteel nog een keuze om door te gaan en aanvullende liquiditeiten te verstrekken of te kiezen voor een faillissement. Werknemer wordt verzocht de bedrijfsauto op kantoor in te leveren op dinsdag 27 juli 2010, 15:00 uur. Werknemer heeft de bedrijfsauto eerst op 23 november 2010 bij Fydro ingeleverd, na daartoe te zijn gedagvaard in kort geding. Thans vordert werknemer voor recht te verklaren dat het ontslag kennelijk onredelijk c.q. onrechtmatig is. In (voorwaardelijke) reconventie vordert Fydro vergoeding van de schade die Fydro heeft geleden door te late retournering van de bedrijfsauto en door ongeoorloofd gebruik van een aanhangwagen.

De rechter oordeelt als volgt. Van een onrechtmatig ontslag is geen sprake. Ter comparitie heeft werknemer verklaard dat hij op de AVA bezwaar heeft gemaakt, zodat vaststaat dat hij conform artikel 2:227 lid 4 BW in de gelegenheid is gesteld zijn raadgevende stem uit te brengen. Ten aanzien van de kennelijke onredelijkheid begrijpt de rechtbank dat werknemer zich op het gevolgencriterium beroept. Het beroep op de kennelijke onredelijkheid van de opzegging wordt verworpen. Nu alle partijen het erover eens waren dat voortzetting van de bedrijfsvoering op de oude voet een heilloze weg was en werknemer zelf geen oplossingen had aangedragen, kon de AVA in redelijkheid kiezen om de dagelijkse leiding over de gehele bedrijfsoperatie bij iemand anders onder te brengen. De nadelige gevolgen voor Fydro zouden aanzienlijk zijn als werknemer als statutair directeur zou aanblijven. Ten aanzien van de vordering in reconventie (schade door te late retournering bedrijfsauto) overweegt de rechtbank dat werknemer toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de arbeidsovereenkomst en dat hij gehouden is de dientengevolge geleden schade te vergoeden. Nu de schade niet tijdens de uitoefening van de werkzaamheden is ontstaan, gaat de beperking uit artikel 7:661 BW niet op. Niet in geschil is voorts dat werknemer ná het einde van het dienstverband een aanhangwagen van Fydro heeft meegenomen, tot retournering waarvan hij bij brief van 10 september 2010 was gesommeerd, en dat hij eerst tegelijkertijd met de bedrijfsauto tot retournering is overgegaan. Werknemer heeft niet betwist dat hij daartoe niet gerechtigd was, zodat hij ter zake schadeplichtig is ingevolge artikel 6:162 lid 1 BW.