Rechtspraak
werkneemster/G4S
Werkneemster (60 jaar) is op 1 mei 1975 in dienst getreden van (de rechtsvoorgangster van) G4S. Op 21 december 2005 is werkneemster arbeidsongeschikt geraakt ten gevolge van kanker. Na verkregen toestemming van UWV WERKbedrijf heeft G4S bij brief van 16 april 2009 de arbeidsovereenkomst opgezegd tegen 1 juni 2009. Werkneemster stelt dat het ontslag kennelijk onredelijk is. G4S heeft werkneemster na een dienstverband van 34 jaar geen enkele financiële voorziening geboden. Tijdens haar ziekte heeft G4S geen belangstelling getoond voor werknemer. Zij heeft nooit een kaartje of een bloemetje ontvangen. Voorts verwijt werkneemster G4S dat deze zich niet genoeg heeft ingespannen om werkneemster te re-integreren.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Bij de beoordeling van de kennelijke onredelijkheid dienen alle omstandigheden van het geval te worden meegewogen. De enkele omstandigheid dat de werkgeefster de arbeidsovereenkomst met de werkneemster heeft opgezegd zonder dat zij ten behoeve van de werkneemster een financiële voorziening heeft getroffen, brengt zonder meer nog niet mee dat het ontslag kennelijk onredelijk is. Daarvoor zijn bijkomende omstandigheden vereist. De bedrijfsarts heeft nooit heeft aangegeven dat werkneemster in staat was om te re-integreren. Indien werkneemster daarover anders dacht dan de bedrijfsarts, had het op haar weg gelegen om bij het UWV een deskundigenoordeel (second opinion) aan te vragen. Werkgever kan derhalve niet verweten worden dat zij zich onvoldoende heeft ingespannen voor re-integratie. G4S heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij belangstelling voor werkneemster heeft getoond door middel van een ‘kaartje of bloemetje’. In zoverre is het verwijt dat werkneemster G4S maakt gegrond. Dat enkele verwijt leidt echter niet tot de conclusie dat het ontslag kennelijk onredelijk is. Van belang is, dat werkneemster ruim dertig jaren – naar onbetwist is – tot tevredenheid van (de rechtsvoorgangster van) G4S heeft gewerkt en evenzeer, dat de kansen van werkneemster op de arbeidsmarkt, gezien haar leeftijd, haar eenzijdige arbeidservaring en haar ziekte, gering zijn te achten. Daar staat evenwel tegenover dat G4S het dienstverband ruim anderhalf jaar na ommekomst van twee jaar ziekte heeft laten voortbestaan, voordat zij toestemming tot opzegging van dit dienstverband heeft gevraagd. Vast staat ten slotte, dat de ziekte die werkneemster heeft getroffen niet arbeidsgerelateerd is. Volgt afwijzing van de vordering.