Naar boven ↑

Rechtspraak

RET/Abvakabo FNV c.s.
Rechtbank Rotterdam, 27 juni 2011
ECLI:NL:RBROT:2011:BQ9464

RET/Abvakabo FNV c.s.

Staking tegen openbare aanbesteding en bezuinigingen geen zuiver politieke staking. Richten-keren-staking. Acties zijn niet disproportioneel

Vervoersbedrijf RET vordert een verbod op de aangekondigde staking in het openbaar vervoer tegen de kabinetsplannen met betrekking tot verplichte openbare aanbesteding en bezuinigingen voor het openbaar vervoer in de drie grote steden. RET stelt dat sprake is van een zuiver politieke staking, die als zodanig buiten de reikwijdte van artikel 6 lid 4 ESH valt.

De voorzieningenrechter verwijst naar het vonnis van de Rechtbank Rotterdam van 14 februari 2011 waarin het volgende is overwogen: '(...) Het betreft een actie die zich keert tegen de werkgevers HTM en RET, maar zich richt tegen de overheid. In dit geval is geen sprake van een zuiver politieke actie, omdat met name de bezuinigingen, die rechtstreeks samenhangen met de eventuele openbare aanbesteding, een naar het zich laat aanzien aanzienlijke invloed zullen hebben op de werkgelegenheid en collectieve arbeidsvoorwaarden in ruime zin die onderwerp plegen te zijn van collectieve onderhandelingen tussen de bonden en de werkgevers. Dergelijke bezuinigingen zullen, als zij doorgaan, de onderhandelingspositie van de bonden verzwaren, althans dat is zeer waarschijnlijk. De voorzieningenrechter ziet geen reden om te betwijfelen dat bezuinigingen van aanzienlijke omvang te vrezen zijn. In beginsel zijn de aangekondigde acties dus rechtmatig, omdat ze onder het bereik van artikel 6 lid 4 ESH vallen. (...)' De voorzieningenrechter ziet thans geen reden hierover anders te oordelen. De onderhavige actie valt aan te merken als een (voorlopige) afsluiting van een reeks van vergelijkbare acties met eenzelfde doel, nu de kwestie waarvoor gestaakt wordt kennelijk op 29 juni 2011 in de Tweede Kamer aan de orde zal komen. In het verlengde daarvan acht de voorzieningenrechter deze actie als laatste in een reeks, waarbij de omvang en duur beperkt kan worden geacht, niet disproportioneel. RET stelt nog dat met de bonden afspraken zijn gemaakt waaruit onder meer voortvloeit dat niet gestaakt zal worden. De voorzieningenrechter gaat hieraan voorbij, omdat de gestelde afspraken onvoldoende aannemelijk zijn gemaakt. Volgt afwijzing van de vorderingen.