Naar boven ↑

Rechtspraak

werkgever/werknemer
Rechtbank Midden-Nederland, 24 juni 2011
ECLI:NL:RBZLY:2011:BQ9474

werkgever/werknemer

Arbeidsrechtelijke band met bestuurder niet doorgesneden, omdat partijen anders zijn overeengekomen. Unidek. Ontbinding zonder vergoeding na vijf jaar afwezigheid met doorbetaling van loon

Werknemer is tot 9 december 2004 bestuurder van een café. Op dezelfde datum is werknemer afgetreden als bestuurder. In november 2005 zijn afspraken met werknemer gemaakt over zijn gedrag op de werkvloer en over de door hem te verrichten taken. Tot november 2010 heeft werknemer niets meer van zich laten horen. Thans vordert de vennootschap ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

De kantonrechter overweegt als volgt. In deze zaak zijn partijen het erover eens, dat het aandeelhoudersbesluit tot ontslag van werknemer als bestuurder was ingegeven door het standpunt van de gemeente dat de verleende horecavergunning in gevaar kwam, indien werknemer bestuurlijke invloed in de onderneming zou houden. Werknemer heeft daarna geen werkzaamheden meer verricht, terwijl wel het loon is doorbetaald. In het onderhavige geval is de door de Hoge Raad in zijn arrest van 15 april 2005 (JOR 2005/145) geformuleerde uitzondering dat een ontslagbesluit betreffende een bestuurder van een besloten vennootschap niet tevens de beëindiging van de dienstbetrekking van die bestuurder (in arbeidsrechtelijke zin) tot gevolg heeft omdat partijen 'anders zijn overeengekomen' aan de orde. Nu de vennootschappelijke band met werknemer als bestuurder wel, maar de arbeidsrechtelijke band met hem niet is doorgesneden, is de kantonrechter bevoegd van het verzoek kennis te nemen.

Partijen zijn het erover eens, dat de vennootschap de voorstellen van werknemer over voortzetting van hun arbeidsovereenkomst, afspraken die afwijken van de in november 2005 gemaakte afspraken, heeft afgewezen. Het voorstel lijkt vooral de belangen van werknemer, en niet (ook) die van de vennootschap te dienen. Het verbaast daarom niet dat het niet is aanvaard. Gelet op de omstandigheid dat werknemer ongeveer vijf jaar na de gemaakte afspraken over zijn voortgezette tewerkstelling niets van zich heeft laten horen, en op zijn arbeid ook niet is aangedrongen, blijkt enerzijds dat hij de gemaakte afspraken niet wenste na te komen (althans niet is nagekomen) en anderzijds dat de vennootschap daaraan ook geen behoefte had. Uit de stukken komt de stellige indruk naar voren dat de beide aandeelhouders slecht met elkaar overweg kunnen. Voor een voortzetting van de arbeidsovereenkomst ontbreekt aldus een voldoende draagvlak. Bij die stand van zaken is ontbinding van de arbeidsovereenkomst naar het oordeel van de kantonrechter onvermijdelijk. Gezien de langdurige afwezigheid van werknemer, de bij hem kennelijk ontbrekende belangstelling om de gemaakte afspraken van november 2005 over voortzetting van het dienstverband na te komen, en de omstandigheid dat hem gedurende die afwezigheid van ongeveer vijf jaar onverminderd het overeengekomen salaris is doorbetaald, bestaat geen aanleiding voor toekenning van een vergoeding.