Naar boven ↑

Rechtspraak

Solta Inc. c.s./werknemer
Rechtbank Noord-Holland, 27 april 2011
ECLI:NL:RBHAA:2011:BR0705

Solta Inc. c.s./werknemer

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsrelatie kort dienstverband leidt tot € 75.000 vergoeding. Verwijtbaar handelen werkgever door werknemer zonder verbetertraject na eenmalige mededeling van disfunctioneren op non-actief te stellen en te ontslaan

Werknemer (46 jaar) is op 3 mei 2010 bij Solta Inc. in dienst getreden. Hij was werkzaam als marketing manager voor een salaris van € 9375 bruto per maand. In februari 2011 heeft diens leidinggevende werknemer geconfronteerd met klachten van collega’s over het optreden van werknemer. Desgevraagd heeft werknemer tijdens het gesprek aangegeven zich niet in de klachten te herkennen. Vanaf 1 maart 2011 is werknemer vrijgesteld van werkzaamheden. Thans verzoekt Solta ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens disfunctioneren van werknemer.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Er is sprake van een verstoorde arbeidsrelatie, zodat ontbinding zal worden uitgesproken. De kantonrechter is van oordeel dat – los van het antwoord op de vraag of de kritiek op werknemer terecht was – Solta niet kon volstaan met het eenmalig uiten van kritiek op het functioneren van werknemer om vervolgens over te gaan tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Van Solta had mogen verwacht een verbetertraject aan te vangen, maar in plaats daarvan werd werknemer op non-actief gesteld. Solta valt derhalve een verwijt te maken van de verstoorde arbeidsrelatie. De kantonrechter ziet aanleiding om af te wijken van de kantonrechtersformule nu deze gelet op de duur van het dienstverband zou leiden tot een onredelijke lage uitkomst. Werknemer wordt er thans immers mee geconfronteerd dat hij, nadat hij om bij Solta in dienst genomen te worden een langdurig sollicitatietraject had afgerond, thans binnen een jaar weer op zoek moet naar ander werk en hij toekomstige potentiële werkgevers zal moeten uitleggen waarom het dienstverband maar een jaar heeft geduurd. Voorts houdt de kantonrechter rekening met het volgende. In de arbeidsovereenkomst van werknemer is een concurrentiebeding opgenomen. Ten slotte heeft werknemer een Blackberry en iPad op zijn naam aangeschaft voor de werkzaamheden, waarvoor hij thans kosten moet maken. Alle hiervoor genoemde omstandigheden acht de kantonrechter een vergoeding van € 75.000 bruto in het onderhavige geval redelijk.