Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 26 juli 2011
ECLI:NL:GHARN:2011:BR6498
Timmerfabriek Kernhem B.V./werknemer
(Vervolg op AR 2010-915). Werknemer is op 4 januari 2010 in dienst getreden van Kernhem in de functie van commercieel medewerker op basis van een arbeidsovereenkomst voor de duur van twaalf maanden met één maand proeftijd. Op 2 februari 2010 bericht Kernhem dat hij enkel bereid is de werknemer geen proeftijdontslag te verlenen, indien de duur van de arbeidsovereenkomst wordt bijgesteld tot zes maanden. Partijen hebben op 2 februari 2010 een nieuwe overeenkomst getekend conform het voorstel van Kernhem. Deze arbeidsovereenkomst werd niet verlengd. De kantonrechter oordeelde dat een dergelijke handelwijze in strijd is met de ratio van het proeftijdbeding en wees de loonvordering van werknemer alsnog toe.
Het hof oordeelt als volgt. Partijen bij een arbeidsovereenkomst mogen nadere afspraken maken en wijzigingen in de bepalingen van die overeenkomst aanbrengen. Dat geldt ook voor een wijziging in de termijn waarvoor deze is aangegaan. Het hof overweegt dat in deze zaak geen sprake is van een omzetting van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Dat de werkgever hierbij heeft aangegeven de looptijd te willen verkorten omdat hij de capaciteiten van de werknemer aan het eind van de overeengekomen proeftijd (nog) niet voldoende heeft kunnen beoordelen, doet hieraan niet af. Anders dan werknemer meent, wordt de proeftijd op deze wijze niet verlengd, nu de werkgever gedurende de resterende looptijd van de arbeidsovereenkomst niet gerechtigd is om deze met onmiddellijke ingang op te zeggen. Met betrekking tot de stelling van werknemer dat Kernhem bij het aangaan van de nieuwe overeenkomst misbruik heeft gemaakt van de omstandigheden overweegt het hof als volgt. Kernhem heeft op 2 februari 2010 aangegeven dat zij, omdat werknemer op dat moment nog geen verkoopresultaten had geboekt, overwoog om een beroep te doen op het proeftijdbeding en de arbeidsovereenkomst te beëindigen. Omdat zij meende dat werknemer nog een kans verdiende, heeft zij hem voorgesteld om de arbeidsovereenkomst te wijzigen en de looptijd te verkorten van een jaar tot (bijna) zes maanden. Indien werknemer hiermee niet akkoord zou gaan, dan zou Kernhem de arbeidsovereenkomst (voor of op 4 februari 2010) beëindigen. Werknemer heeft met het voorstel ingestemd. De enkele omstandigheid dat hij dit heeft gedaan om te voorkomen dat Kernhem de arbeidsovereenkomst zou beëindigen, betekent niet dat hij daarbij op ontoelaatbare wijze onder druk is gezet. Volgt vernietiging van het vonnis van de kantonrechter.