Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 27 september 2011
ECLI:NL:GHLEE:2011:BT5869
Schoonmaak- : Onderhoudsbedrijf Doornenburg/werknemer
Werknemer is per 1 juli 2004 voor 38 uur per week in dienst getreden bij schoonmaak- en onderhoudsbedrijf De Nijenburg, in de functie van schoonmaker bij de vestiging van McDonald's te Winschoten. In 2006 is deze arbeidsovereenkomst omgezet in een min/max-contract. Sinds 1 oktober 2008 heeft De Nijenburg geen loon meer aan werknemer betaald. Werknemer heeft in eerste aanleg loon gevorderd en zich beroepen op artikel 7:610b BW. De Nijenburg stelt zich op het standpunt dat werknemer maximaal 24 uur per week heeft gewerkt en dat de 38-urige werkweek enkel ter verkrijging van een hypotheek was opgevoerd.
Het hof oordeelt als volgt. Het hof overweegt dat De Nijenburg noch de hoogte van de loonbetalingen over juli tot en met september 2008, die duiden op een 38-urige werkweek, noch de juistheid van de salarisspecificatie over juli 2008 heeft betwist. Wel weerspreekt De Nijenburg dat werknemer in de maanden juli tot en met september 2008 daadwerkelijk 38 uur per week heeft gewerkt. Aan de loonbetalingen mag volgens De Nijenburg niet een dergelijke conclusie worden verbonden, want werknemer werkte volgens De Nijenburg slechts 24 uur per week. Het meerdere van de loonbetalingen was slechts ter verkrijging van een hypotheek, aldus De Nijenburg. Het hof gaat aan dit verweer van De Nijenburg voorbij. Dat De Nijenburg meer aan werknemer zou hebben betaald dan waar laatstgenoemde recht op zou hebben, is op geen enkele wijze onderbouwd en/of gestaafd met bewijsstukken. De Nijenburg heeft bijvoorbeeld geen werkbriefjes, andersluidende salarisspecificaties en/of verklaringen van McDonald's, alwaar werknemer feitelijk werkzaam was, overgelegd die zijn stelling dat werknemer slechts 24 uur per week werkte, onderschrijven. Het hof acht dan ook voldoende aannemelijk dat werknemer 38 uur per week heeft gewerkt in de drie maanden voorafgaand aan oktober 2008. Ingevolge artikel 7:610b BW, welk artikel blijkens de parlementaire geschiedenis bedoeld is om de bewijspositie van de werknemer te versterken in situaties als de onderhavige waarin de omvang van de arbeid niet of niet eenduidig is overeengekomen, wordt de bedongen arbeid derhalve vermoed een omvang te hebben van 38 uur per week. Het is aan De Nijenburg om dit rechtsvermoeden te weerleggen, maar daartoe heeft hij slechts gesteld dat een 38-urige werkweek in de schoonmaakbranche niet gebruikelijk is. Dat is echter volstrekt onvoldoende. In de weerlegging van het uit artikel 7:610b BW voortvloeiende rechtsvermoeden is De Nijenburg derhalve niet geslaagd.
De stelling dat de loonvordering dient te worden afgewezen, omdat werknemer arbeidsongeschikt is en derhalve een 629a-verklaring had moeten overleggen, wordt gepasseerd.