Naar boven ↑

Rechtspraak

Ramadan/Erasmus Universiteit
Rechtbank Rotterdam, 5 oktober 2011
ECLI:NL:RBROT:2011:BT6871

Ramadan/Erasmus Universiteit

Intrekken gasthoogleraarschap wegens betrokkenheid bij Iraanse televisiezender. Beoordeling zwaarwegende redenen

Tussen Tariq Ramadan en de Erasmus Universiteit Rotterdam is in 2007 een 'Hospitality Agreement' gesloten. Tussen Ramadan en de Gemeente Rotterdam is in 2007 (van 1 februari 2007 tot 1 augustus 2009) een 'financial contract' gesloten, dat onder meer betrekking heeft op de financiële aspecten van het gasthoogleraarschap aan de Erasmus Universiteit. De overeenkomst is januari 2009 opnieuw afgesloten tot 1 februari 2011. Op 18 augustus 2009 hebben de gemeente en de Erasmus Universiteit de samenwerking met Ramadan beëindigd, wegens de betrokkenheid van Ramadan bij de Iraanse televisiezender Press TV. Deze zender wordt gefinancierd door de Iraanse regering, die buitensporig geweld gebruikt tegen demonstranten. Op 11 augustus 2010 heeft de Rechtbank Rotterdam vonnis gewezen in de tegen de gemeente aanhangig gemaakte procedure (zie AR 2010-0646). Ramadan heeft hiertegen hoger beroep ingesteld. Thans stelt Ramadan de Erasmus Universiteit aansprakelijk op grond van artikel 6:74 en/of 6:162 BW.

De rechtbank oordeelt als volgt. Het standpunt van de Erasmus Universiteit dat er na 1 augustus 2009 geen contractuele band met Ramadan bestond, wordt niet gevolgd. Mede blijkens een persbericht van de Erasmus Universiteit is er na 1 augustus 2009 nog steeds sprake van een gasthoogleraarschap. De overeenkomst tussen partijen kan gekwalificeerd worden als een overeenkomst van opdracht. Het beroep op de hoofdelijke verbondenheid van de gemeente en de Erasmus Universiteit faalt, omdat het financial contract louter met de gemeente is aangegaan. De gemeente heeft zich verbonden om de kosten van het gasthoogleraarschap te zullen dragen en om het aan Ramadan verschuldigde loon te zullen betalen, zodat Ramadan niet rechtstreeks jegens de Erasmus Universiteit aanspraak kan maken op loon. Ook het beroep van Ramadan op de 'Regeling Visiting Professorship EUR' faalt. Dit betekent niet dat uit de rechtsverhouding tussen partijen in het geheel geen verplichtingen voor de Erasmus Universiteit jegens Ramadan voortvloeiden.

Beoordeeld dient te worden of er voor de Erasmus Universiteit voldoende zwaarwegende redenen bestonden om de uitnodiging van Ramadan als gasthoogleraar op 18 augustus 2009 onmiddellijk in te trekken en om het besluit daartoe op diezelfde dag in een gezamenlijk persbericht van de Erasmus Universiteit en de gemeente wereldkundig te maken, alsmede of de Erasmus Universiteit daarbij de gerechtvaardigde belangen van Ramadan naar behoren in acht heeft genomen. Partijen verschillen van mening over een telefoongesprek op 13 augustus 2009. Onduidelijk is of Ramadan slechts dringend is geadviseerd om zijn werkzaamheden voor Press TV onmiddellijk te stoppen of dat hem een ultimatum is gesteld. Naar het oordeel van de rechtbank had het in de rede gelegen om het ultimatum schriftelijk te bevestigen, zeker na de door Ramadan vanaf zijn vakantieadres verzonden verklaring waarin hij aangaf na zijn terugkeer van vakantie de feiten te willen controleren en daarna een beslissing te nemen. De Erasmus Universiteit wordt toegelaten tegenbewijs te leveren tegen de voorshands bewezen geachte stelling dat in het telefoongesprek niet is aangegeven dat Ramadan op dezelfde dag of uiterlijk één dag later een keuze moest maken tussen ofwel een vertrek bij Press TV, ofwel een vertrek bij de Erasmus Universiteit. Volgt aanhouding van de zaak.