Rechtspraak
werknemer/werkgeefster
Werknemer (29 jaar) is sinds 2008 in dienst, laatstelijk in de functie van Senior Consultant. In de arbeidsovereenkomst is een concurrentie- en geheimhoudingsbeding overeengekomen. Werknemer vordert schorsing van het concurrentiebeding. Hij stelt dat hij aan het begin van zijn carrière staat en dat er bij zijn huidige werkgeefster geen doorgroeimogelijkheden meer zijn. Hij heeft met een mogelijke nieuwe werkgever gesproken, die hem wel intellectuele uitdaging en een stabiele werkomgeving kan bieden.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Uitgangspunt is dat werknemer gebonden is aan het concurrentiebeding. Werkgeefster heeft voldoende onderbouwd dat het concurrentiebeding haar bedrijfsbelang dient. Daarentegen wordt werknemer sterk beperkt in zijn arbeidsmobiliteit. Verder staat vast dat werknemer bij de nieuwe werkgever het perspectief krijgt een nieuwe afdeling op te bouwen, dat hij meer stabiele begeleiding zal krijgen en dat hij een hoger salaris zal verdienen. De belangen van werknemer wegen niet zonder meer zwaarder dan die van werkgeefster.
Alles afwegende kan met voldoende zekerheid worden aangenomen dat de bodemrechter de werking van het non-concurrentiebeding zal matigen, gezien de belangen van werknemer om zich te kunnen verbeteren. Vooruitlopend daarop wordt de werking van het beding gedeeltelijk geschorst. Het is werknemer dus toegestaan na beëindiging van het dienstverband bij de nieuwe werkgever in dienst te treden, maar hij heeft zich te onthouden van activiteiten die verband houden met zijn huidige werk.