Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18 oktober 2011
ECLI:NL:GHLEE:2011:BT8477
Stichting Agrarisch Opleidingscentrum Terra/werknemer
Werknemer (60 jaar) is vanaf 1 augustus 1978 in dienst geweest bij (rechtsvoorgangers van) Terra, laatstelijk als docent binnen het Cursus Contract Onderwijs (hierna: CCO) tegen een salaris van € 3.178 bruto per maand exclusief 8% vakantietoeslag en 5% eindejaarsuitkering bij een vierdaagse werkweek. De CAO BVE was op de overeenkomst van toepassing. De arbeidsovereenkomst is per 1 februari 2007 geëindigd door een (geconverteerde) opzegging door Terra wegens langdurige arbeidsongeschiktheid zonder reëel uitzicht op herstel voor de oude functie, na een procedure bij het College van Beroep. Terra heeft geen financiële voorziening voor de toen 55-jarige werknemer getroffen. Aan werknemer is met ingang van 30 augustus 2006 een loongerelateerde WIA-uitkering toegekend van € 1.944,71 bruto per maand exclusief vakantietoeslag. Daarop ontvangt werknemer een aanvulling dankzij een in het verleden door hemzelf gesloten IPAP-verzekering tegen inkomensverlies bij arbeidsongeschiktheid. In de loop van de dienstbetrekking is werknemer herhaaldelijk wegens spanningsklachten uitgevallen. Omstreeks 1994 is hij een dag per week minder gaan werken, welk onbezoldigd verlof een permanent karakter heeft gekregen. Daarna is tot 2000 geen sprake geweest van noemenswaardige uitval. Vanaf 2000 is werknemer wederom regelmatig (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt geraakt in verband met klachten van psychische aard. Nadien hebben partijen meermalen re-integratie en/of outplacement beproefd, hetgeen uiteindelijk in ontslag heeft geresulteerd. Werknemer heeft gevorderd voor recht te verklaren dat het ontslag kennelijk onredelijk is onder toekenning van schadevergoeding, berekend op € 280.000 met toepassing van de kantonrechtersformule bij ontbinding waarbij de C-factor op 2 is gesteld, te vermeerderen met buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente. De kantonrechter heeft de verklaring voor recht toegewezen en de schadevergoeding bepaald op € 72.000 bruto na toepassing van de XYZ-formule waarbij Z op 0,5 is gesteld. In hoger beroep vordert werknemer concrete schade, bestaande uit € 187.118 wegens loonderving tot zijn 65ste, alsmede pensioenderving, en € 10.000 immateriële schadevergoeding.
Het hof oordeelt als volgt. Het hof deelt het genuanceerde oordeel van de kantonrechter en voegt daaraan toe dat voldoende duidelijk is geworden dat werknemer niet was opgewassen tegen alle wijzigingen in werklocatie, organisatiestructuur, leidinggevenden en ook: de omslag naar het competentiegericht onderwijs, waardoor de structuur in de klas wijzigde. Dergelijke wijzigingen behoeven objectief nog niet te leiden tot, aan de werkgever verwijtbare, overbelasting, maar een goed werkgever heeft er wel rekening mee te houden dat mogelijk niet alle werknemers subjectief in staat zijn de last van dergelijke wijzigingen te dragen. Tot omstreeks 2000 heeft werknemer zich staande kunnen houden met aanpassingen van zijn werkzaamheden door Terra en het zelf inleveren van een werkdag per week, waardoor dat de bedongen werkzaamheden werden. Zulks is vanaf 2000 niet genoeg gebleken. Voorts acht het hof Terra tekortgeschoten in haar re-integratieverplichtingen. Ook al was re-integratie in de eigen functie niet meer mogelijk, dan nog had Terra moeten onderzoeken of er geen andere passende werkzaamheden waren, desnoods door aanpassing van haar organisatie. Deze kans op behoud van werk, naast een WGA-uitkering, is werknemer door de te beperkte opvatting van Terra over haar re-integratieverplichting ontnomen. Eventuele passende arbeid had dan tot nieuw bedongen arbeid kunnen leiden. Kortom, het ontslag is kennelijk onredelijk.
Alle goede en kwade kansen afwegend acht het hof in dit geval, gelet op alle omstandigheden, voor de materiële schade een vergoeding redelijk in de vorm van een aanvulling tot 100% op de WIA-uitkering gedurende de eerste vier jaar, ofwel 48 x (3603,85 - 2100,29) is afgerond € 72.170 bruto. Het hof ziet in dit geval tevens aanleiding voor toekenning van € 500 netto immateriële schadevergoeding omdat Terra, zonder toestemming van werknemer, zijn dossier met informatie over zijn psychische gezondheid ter beschikking heeft gesteld aan de door haar ingeschakelde registerarbeidsdeskundige ter vervaardiging van een in de procedure in te brengen rapportage. Voor het hogere bedrag dat werknemer vordert ziet het hof geen grond. Een meer of minder psychisch onbehagen en zich gekwetst voelen – waarmee het merendeel van de gegeven ontslagen gepaard pleegt te gaan – is voor toekenning van zodanige schade onvoldoende (vgl. HR 6 juni 2008, LJN BC3354, NJ 2008, 323).