Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie 's-Hertogenbosch), 29 september 2011
ECLI:NL:RBSHE:2011:BU3465
werkneemster/Crito BV
Werkneemster is op basis van een oproepovereenkomst is dienst getreden van Crito. Met ingang van 1 augustus 2010 is ze werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst voor de duur van een jaar. In de arbeidsovereenkomst is bepaald dat de werktijden variabel zijn en dat overwerkuren in de drukke periode van het jaar gecompenseerd worden met de maanden waarin minder werk is. In de tweede helft van 2010 is het aantal minuren van werkneemster oplopen tot 356 uur. Op 10 januari 2011 heeft Crito de arbeidsovereenkomst opgezegd tegen 1 maart 2011. Op 21 januari 2011 heeft werkneemster zich ziek gemeld. Crito heeft een deel van het loon ingehouden om op die manier het grote aantal minuren te verrekenen. Werkneemster vordert betaling van het volledige loon.
De kantonrechter oordeelt dat partijen gelet op artikel 7:628 BW, gelezen in samenhang met artikel 7 van de arbeidsovereenkomst, een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben om het aantal minuren niet te zeer te doen oplopen. De 120 uren extra vakantie komen voor rekening van werkneemster, omdat zij er rekening mee had moeten houden dat ze deze uren niet kon inlopen in de drukke periode. Werkneemster is in de drukke periode ziek geworden als gevolg van de mededeling van Crito dat werkneemster zou worden teruggezet in functie. De kantonrechter oordeelt dat onvoldoende feiten zijn gesteld of gebleken waaruit zou volgen dat een terugplaatsing van werkneemster in functie gerechtvaardigd was. Dit betekent dat de daarop volgende arbeidsongeschiktheid van werkneemster voor risico komt van Crito. Werkneemster heeft gedurende circa zes weken de minuren niet kunnen compenseren. Het wordt redelijk geacht dat een werknemer met een fulltime dienstverband van 40 uur per week gedurende een beperkte periode in staat kan worden geacht gemiddeld ten minste 20 uur per week over te werken. Dit betekent dat werkneemster de mogelijkheid is onthouden circa 120 minuren te compenseren. Deze uren dienen aldus voor rekening van Crito te blijven. Nu partijen ieder 120 minuren voor hun rekening dienen te nemen, resteren 116 uur. Geoordeeld wordt dat partijen van deze uren ieder 50% voor hun rekening dienen te nemen, zijnde ieder 58 uur. De loonvordering wordt derhalve deels toegewezen. De wettelijke verhoging wordt gematigd tot 20%.