Rechtspraak
werknemer/Crawford
Werknemer is sinds 2003 in dienst van DHL Freight Production (hierna: DHL). Per 1 januari 2011 is een deel van de onderneming van DHL overgenomen door Crawford. Werknemer is werkzaam binnen het overgenomen onderdeel. Na de overname is, in verband met een door DHL al ingezette reorganisatie, door Crawford een ontslagvergunning voor werknemer aangevraagd. Voor de reorganisatie bij DHL is een sociaal plan opgesteld, dat onderdeel is geworden van de CAO DHL. Na verkregen toestemming is de arbeidsovereenkomst van werknemer tegen 1 april 2011 opgezegd. Crawford heeft een sociaal plan dat in voor werknemer ongunstige zin afwijkt van het sociaal plan van DHL. Werknemer heeft een vergoeding conform het sociaal plan van Crawford uitbetaald gekregen. Thans vordert werknemer betaling van een vergoeding conform het sociaal plan van DHL.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Het sociaal plan van DHL is op de onderhavige reorganisatie van toepassing, omdat er (zoals blijkens het sociaal plan van DHL noodzakelijk is voor de toepasselijkheid) advies is gevraagd aan de ondernemingsraad over de reorganisatie. De stelling dat het voor de toepasselijkheid niet gaat om de adviesaanvraag, maar om de besluitvorming (die bij Crawford heeft plaatsgevonden) faalt, omdat doorslaggevend is dat DHL als werkgever de adviesaanvraag heeft ingediend. Op grond van artikel 14a WCAO moet Crawford het sociaal plan van DHL op werknemer toepassen. Werknemer komt derhalve de beëindigingsvergoeding toe die in het sociaal plan van DHL is vastgelegd. Deze vergoeding is immers een arbeidsvoorwaarde die als verplichting op Crawford is overgegaan.