Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Groningen), 2 november 2011
ECLI:NL:RBGRO:2011:BU8472

werknemer/werkgever

Ontslag notarisklerk op basis van het gevolgencriterium kennelijk onredelijk. Schadevergoeding aan de hand van de te verwachten inkomensterugval in verband met toekenning van een WW-uitkering begroot op € 28.874

Werknemer (58 jaar) is in 1992 dienst getreden in de functie van notarisklerk. Zijn echtgenote is toen eveneens in dienst getreden als notarisklerk. Zij is per september 2009 arbeidsongeschikt geworden. Na verkregen toestemming van UWV WERKbedrijf is de arbeidsovereenkomst tegen 1 februari 2011 opgezegd. Werknemer stelt dat het ontslag kennelijk onredelijk is. Primair stelt hij dat sprake is van een valse en voorgewende reden. De geschetste slechte verwachtingen, er is zelfs van een dreigend faillissement gesproken, zijn niet uitgekomen. Subsidiair beroept hij zich op het gevolgencriterium.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Niet gesteld of gebleken is dat werkgever bij de keuze voor ontslag van werknemer heeft gehandeld in strijd met het anciënniteitsbeginsel. Niet valt in te zien dat werkgever, zoals werknemer stelt, gehouden was de echtgenote van werknemer in plaats van werknemer voor ontslag in aanmerking te laten komen. Wie werkgever voor ontslag in aanmerking laat komen, behoort tot zijn beleidsvrijheid. De stelling dat er sprake is van een valse of voorgewende reden faalt. Werkgever heeft de noodzaak om de personeelskosten terug te brengen voldoende met stukken onderbouwd. Het beroep op het gevolgencriterium slaagt wel. De bedrijfseconomische redenen liggen in de risicosfeer van werkgever. Voorts worden de duur van het dienstverband (bijna twintig jaar), de leeftijd van werknemer en zijn slechte positie op de arbeidsmarkt meegewogen. Het feit dat werkgever geen financiële voorziening voor werknemer heeft getroffen, maakt het ontslag kennelijk onredelijk.

Anders dan werknemer heeft gevorderd, wordt de vergoeding op grond van rechtspraak van de Hoge Raad niet aan de hand van de XYZ-formule vastgesteld. De hoogte van de vergoeding wordt vastgesteld aan de hand van de te verwachten inkomensterugval in verband met toekenning van een WW-uitkering. Uitgaande van een brutosalaris van € 4.455,86 per maand te vermeerderen met 8% vakantietoeslag, is gelet op de duur van het dienstverband van bijna twintig jaar en mede gelet op de nog steeds zorgelijke financiële situatie van het kantoor, een vergoeding van € 1.443,70 bruto per maand gedurende twintig maanden een zodanige voorziening dat daarmee naar oordeel van de kantonrechter het kennelijk onredelijk karakter aan het ontslag wordt ontnomen. Volgt toewijzing van een schadevergoeding van € 28.874 bruto te vermeerderen met de wettelijke rente.