Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/JPB Groep BV
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Groningen), 16 november 2011
ECLI:NL:RBGRO:2011:BU9254

werknemer/JPB Groep BV

Werknemer heeft, ondanks het vinden van een andere baan, recht op een ontslagvergoeding na faillissement op basis van afspraken met FNV. Bedoeling van onderhandelende partijen kan werknemer niet worden tegengeworpen

Werknemer (45 jaar) is op 1 oktober 2005 in dienst getreden van AVR Industrial Services BV, laatstelijk in de functie van vestigingsmanager. AVR is door JPB overgenomen. Eind juni 2009 is er een verschil van inzicht ontstaan over de functie van uitvoerder die door een collega werd uitgevoerd en die werknemer moest overnemen. Eind juli 2009 is JPB failliet verklaard. Werknemer stelt dat hij recht heeft op een ontslagvergoeding op basis van afspraken die FNV heeft gemaakt met JPB. JPB stelt dat werknemer geen recht heeft op een ontslagvergoeding, omdat hij de hem in de doorstartende onderneming aangeboden functie heeft geweigerd. Ook heeft werknemer geen WW-uitkering ontvangen, waardoor hij ook om die reden geen aanspraak kan maken op een vergoeding.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Er is onvoldoende gebleken dat werknemer een aangeboden functie in het kader van een doorstart heeft geweigerd. Na het faillissement en de doorstart van JPB is niet teruggekomen op de in juni 2009 ontstane impasse over het uitoefenen van de functie van uitvoerder door werknemer. Niet aannemelijk is dat het aanbieden van de functie van uitvoerder in het kader van de doorstart is gedaan. In de afspraken tussen de FNV en JPB, zoals deze op 25 augustus 2009 schriftelijk zijn neergelegd, is geen voorbehoud gemaakt voor mensen die geen aanspraak hoeven te maken op een WW-uitkering. Werknemer kan het recht op een ontslagvergoeding derhalve niet worden ontzegd. Dat die vergoeding is bedoeld als een soort schadevergoeding en werknemer geen schade heeft omdat hij aansluitend een andere baan heeft gevonden, zoals JPB nog heeft aangevoerd, maakt dit niet anders. Die schade kan immers ook zitten in het accepteren van een baan elders tegen een lager loon. Bovendien kan de bedoeling van de onderhandelende partijen niet aan werknemer worden tegengeworpen en komt het voor risico van JPB indien de afspraken anders zijn vastgelegd dan zij waren bedoeld of voor het geval zij niet volledig zijn vastgelegd. Volgt toewijzing van een bedrag van € 10.647,90 bruto.