Naar boven ↑

Rechtspraak

X/Stichting De Ommelander Ziekenhuis Groep
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Groningen), 24 november 2011
ECLI:NL:RBGRO:2011:BU9610

X/Stichting De Ommelander Ziekenhuis Groep

Nevenwerkzaamheden gynaecoloog op kinderafdeling niet op basis van een arbeidsovereenkomst

X is met ingang van 1 augustus 2004 krachtens een toelatingsovereenkomst als medisch specialist toegelaten tot het Delfzicht Ziekenhuis te Delfzijl om voor eigen rekening en risico zijn praktijk uit te oefenen. Als zelfstandig werkend gynaecoloog in maatschapsverband was hij aanvankelijk aan voormeld ziekenhuis verbonden en na een fusie aan OZG. Binnen de afdeling kindergeneeskunde zijn diverse problemen gerezen ten aanzien van structuur, organisatie en continuïteit. In 2008 is X gevraagd onder rechtstreekse aansturing van de directie de wederopbouw van de afdeling kindergeneeskunde vorm te geven. X vordert in 2010 betaling voor deze werkzaamheden, hetgeen OZG weigert. OZG betwist dat sprake is van een arbeidsovereenkomst.

Ter beoordeling van de vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst, verwijst de kantonrechter naar het arrest Groen/Schoevers en de elementen van artikel 7:610 BW. Overwogen wordt dat niet gesteld of gebleken is dat van de zijde van OZG voor het verrichten van de gestelde werkzaamheden voor de kinderafdeling een toezegging is gedaan over een beloning die X zou ontvangen. Er is derhalve geen sprake van een arbeidsovereenkomst. De door X verrichte werkzaamheden zijn aan te merken als nevenwerkzaamheden als bedoeld in de toelatingsovereenkomst. Partijen hebben niet beoogd voor deze werkzaamheden een arbeidsovereenkomst aan te gaan. X heeft subsidiair gesteld dat sprake is van een overeenkomst van opdracht. De vordering van X hangt naar het oordeel van de kantonrechter direct samen met de contractuele relatie als neergelegd in de toelatingsovereenkomst. Gelet op het bepaalde in artikel 27.2 van de overeenkomst, de bevoegdheid van het Scheidsgerecht, acht de kantonrechter zich niet bevoegd die vordering te beoordelen. Om die reden komt de kantonrechter ook niet toe aan een verwijzing naar de civiele sector van de rechtbank.