Rechtspraak
Holland Casino/werkneemster
Werkneemster is als croupier werkzaam geweest voor Holland Casino. In 1997 is de zogenoemde automatische kaartschudmachine (AKS) bij de kaartspelen in de Scheveningse vestiging geïntroduceerd. De AKS maakt een hoger speltempo mogelijk. In 1998 heeft vakbond De Unie Holland Casino bericht dat deze AKS tot RSI-klachten leidt onder haar leden. Op enig moment zijn de AKS verdwenen. In 2002 valt werkneemster uit met RSI-achtige klachten. De arbeidsovereenkomst is met toestemming van de CWI opgezegd tegen 1 februari 2005. Werkneemster heeft vervolgens Holland Casino aansprakelijk gesteld voor de schade ex artikel 7:658 BW. De kantonrechter heeft de vorderingen toegewezen, stellende dat werkneemster voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de schade door het werk kan zijn ontstaan.
Het hof oordeelt als volgt. Met betrekking tot de wijze waarop de kantonrechter invulling aan die zorgplicht heeft gegeven, overweegt het hof allereerst dat Holland Casino expliciet heeft erkend dat zij in de periode van het dienstverband van werkneemster bekend was met het feit dat het werken als croupier gezondheidsrisico's kon meebrengen waar het gaat om houdings- en bewegingsklachten. Voorts stelt het hof vast dat voor zover de kantonrechter heeft overwogen dat een zorgplicht van een werkgever is opgebouwd uit verschillende verplichtingen, te weten niet alleen een veiligheidsverplichting en een onderzoeksplicht maar ook een instructieplicht en een plicht toe te zien op de naleving van de gegeven instructies, Holland Casino haar grief dat in de overwegingen van de kantonrechter op onjuiste wijze invulling is gegeven aan deze zorgplicht, in het geheel niet heeft toegelicht, zodat dit onderdeel van de grief in elk geval niet kan slagen. Holland Casino voert tegen de conclusie van de kantonrechter dat Holland Casino haar zorgplicht – met name haar instructieplicht en toezicht op inachtneming daarvan – onvoldoende heeft nageleefd, allereerst aan dat zij weliswaar tijdens het dienstverband van werkneemster bekend was met het feit dat het werken als croupier gezondheidsrisico's kon meebrengen waar het gaat om houdings- en bewegingsklachten, maar dat dit ten aanzien van RSI(-achtige) klachten nadrukkelijk anders lag omdat RSI als syndroom pas sinds ongeveer 1994/1995 in beeld is. Het hof kan Holland Casino niet in dit betoog volgen. Niet van belang is immers op welk moment de klachten waar het om gaat als RSI werden aangeduid, wel of de werkgever, toen hij van het gevaar daarvan op de hoogte was of kon zijn, de vereiste maatregelen heeft genomen om het ontstaan van die klachten zo veel mogelijk te voorkomen en/of te beperken. In dit verband is voorts onder meer van groot belang het op bedrijven als Holland Casino toegesneden rapport van FIET (Internationaler Bund der Privatangestellten) uit 1990 onder de titel 'Berufsbild der Croupiers' (productie 2 bij akte houdende overlegging producties), waardoor Holland Casino bekend was, althans kon zijn met de gezondheidsgevaren van het werk als croupier en met concrete maatregelen om die gevaren te voorkomen en/of te beperken. Het hoger beroep faalt derhalve.