Rechtspraak
werknemer/werkgever
Werknemer, in dienst sinds 2007, bekleedt sinds 1 mei 2008 de functie van (titulair) financieel directeur. Eind september 2011 is een vaststellingsovereenkomst overeengekomen. Hierin is bepaald dat de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden per 1 november 2011 eindigt en een vergoeding van € 130.000 zal worden betaald. Op 11 oktober 2011 is werknemer op staande voet ontslagen en heeft werkgever de vaststellingsovereenkomst vernietigd wegens dwaling. Werknemer vordert nakoming van de vaststellingsovereenkomst.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Vast is komen te staan dat werknemer X heeft geassisteerd bij de financiering van de acquisitie van de aandelen in bedrijf Y door X in privé. Bedrijf Y is met zijn baggerwerkzaamheden actief op een terrein dat nauw verband houdt met de werkzaamheden van werkgever. Werkgever heeft met bedrijf Y bovendien afspraken gemaakt in het geval van 'change of control'. Werknemer was op de hoogte van deze afspraak. Gelet op de omstandigheid dat werknemer kennis had van deze 'change of control'-afspraken, had werknemer kunnen weten en behoren te weten dat zijn (neven)activiteiten, namelijk het helpen van X bij de financiering van de acquisitie van aandelen van bedrijf Y, werkzaamheden zijn die conflicterend zijn met zijn arbeidsovereenkomst met werkgever. Het had op de weg van werknemer gelegen melding te maken van zijn (neven)activiteiten aan werkgever. Werknemer had hier op meerdere momenten aanleiding toe kunnen en moeten zien. Geoordeeld wordt dat sprake is van een dringende reden. De kantonrechter is voorshands van oordeel dat het handelen van werknemer dermate verwijtbaar is en in strijd met goed werknemerschap, dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat werknemer een beroep zou doen op de vaststellingsovereenkomst. Voorts ziet de vaststellingsovereenkomst op beëindiging met wederzijds goedvinden. Nu voorshands aannemelijk is dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven en geen sprake is van beëindiging met wederzijds goedvinden, heeft de vaststellingsovereenkomst geen betekenis. Volgt afwijzing van de vorderingen.