Naar boven ↑

Rechtspraak

ACOP c.s./Vereniging voor Christelijk Voortgezet Onderwijs in Noord- en Midden-Drenthe
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Assen), 6 december 2011
ECLI:NL:RBASS:2011:BU9424

ACOP c.s./Vereniging voor Christelijk Voortgezet Onderwijs in Noord- en Midden-Drenthe

Overtreding CAO voor het Voortgezet Onderwijs 2008-2010 door werkgever. Nieuw taakbeleid heeft geen instemming werknemers. Schadevergoeding aan werknemersorganisaties naar billijkheid vastgesteld

De Centrales zijn centrales van werknemersorganisaties en partij aan werknemerszijde bij de CAO voor het Voortgezet Onderwijs 2008-2010. Werkgever (een scholengemeenschap te Assen) is lid van de werkgeversorganisatie VO-Raad, die van werkgeverszijde partij is bij genoemde cao. In een 'notitie Taakbeleid' van 2 juli 2009 laat de sectordirecteur aan de medewerkers weten dat hij besloten heeft bij wijze van proef met het nieuwe taakbeleid voor het cursusjaar 2009-2010 te gaan werken. Als achterliggende reden vermeldt de sectordirecteur dat handhaving van het huidige taakbeleid tal van negatieve effecten zal hebben op klassen, lessen, banen, vacatures en het bouwen van het rooster. De Centrales vorderen een verklaring voor recht dat werkgever hiermee heeft gehandeld in strijd met artikel 7.1.5 van de CAO VO 2008-2010 en vorderen betaling van een schadevergoeding aan iedere Centrale van € 20.000.

De kantonrechter oordeelt als volgt. De invoering van het nieuwe taakbeleid had niet de instemming van de personeelsgeleding van de deelraad (hierna: PDR), wat werkgever bekend was. Feitelijk is een wijziging van het geldend taakbeleid doorgevoerd zonder de vereiste twee derde instemming van de werknemers; het betrof immers een systeemwijziging. De instemming van de PDR is naderhand verkregen; de instemming van twee derde van de werknemers niet. Dat werkgever het nieuwe taakbeleid wel, maar het rooster niet heeft teruggedraaid, staat tussen partijen vast. Werkgever heeft aangegeven dat de medewerkers daarvoor zijn gecompenseerd in tijd en in geld. In dit verband rijst de vraag of werkgever het taakbeleid heeft gewijzigd in de zin van artikel 7.1 van de cao wanneer het nieuwe taakbeleid is ingetrokken maar het op basis daarvan gemaakte rooster wordt gehandhaafd en de medewerkers worden gecompenseerd. Overwogen wordt dat de cao dient te worden uitgelegd conform de cao-norm. De kantonrechter acht de bewoordingen duidelijk en niet voor tweeërlei uitleg vatbaar. Dat compensatie in geld of tijd de overtreding van artikel 7.1 ongedaan zou kunnen maken, blijkt niet uit de bewoordingen van artikel 7.1. De slotsom luidt dat werkgever in strijd heeft gehandeld met artikel 7.1.5 van de CAO VO 2008-2010.

Op grond van de artikelen 15 en 16 van de Wet CAO vorderen de Centrales immateriële schadevergoeding. Dat de Centrales schade hebben geleden, is voldoende aannemelijk geworden. De kantonrechter neemt beide schades samen. Deze worden op de voet van artikel 16 Wet CAO naar redelijkheid en billijkheid vastgesteld. De kantonrechter acht het verlies aan gezag, vertrouwen en prestige en het inboeten aan werfkracht niet bijzonder groot. De Centrales hebben het mede door hun inspanningen voor elkaar gekregen dat het nieuwe taakbeleid door werkgever is ingetrokken en dat een compensatie aan de medewerkers is betaald van zo'n € 126.000. Dat moet aan hun gezag en prestige hebben bijgedragen. Daar komt bij dat een belangrijk ingenomen standpunt van de Centrales, dat de nieuwe takenlijst ook een instemming van twee derde van de werknemers vereist, door de kantonrechter is verworpen. Voor zover de Centrales daardoor immateriële schade hebben geleden, komt dit voor hun eigen risico. Tot slot weegt mee dat het feit dat geoordeeld wordt dat de werkgever in strijd heeft gehandeld met artikel 7.1.5 van de cao een vorm van genoegdoening is voor de Centrales. Alles afwegende wordt de schade vastgesteld op € 5.000 per Centrale.