Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/VvAA Groep BV
Rechtbank Midden-Nederland, 7 december 2011
ECLI:NL:RBUTR:2011:BV0899

werknemer/VvAA Groep BV

Ontbinding arbeidsovereenkomst op verzoek Senior Vermogensbeheerder wegens verval functie. Ontbinding tijdens opzegtermijn. Beschikking Van Hooff Elektra niet van toepassing

Werknemer is sinds 2000 in dienst van VvAA als Senior Vermogensbeheerder. In de arbeidsovereenkomst is een relatiebeding overeengekomen. In 2008 is VvAA een samenwerkingsverband met Friesland Bank aangegaan, waarna werknemer zijn werkzaamheden alleen nog voor Friesland Bank verricht. Nadat Friesland Bank in 2010 heeft besloten bepaalde activiteiten uit te besteden waarbij de functie van werknemer is komen te vervallen, hebben partijen geen overeenstemming kunnen bereiken over een passende functie voor werknemer. In 2011 is kritiek geuit op het functioneren van werknemer, waarna een conflict is ontstaan. Na verkregen toestemming van UWV Werkbedrijf heeft VvAA bij brief van 15 november 2011 de arbeidsovereenkomst tegen 1 februari 2012 opgezegd. Thans verzoekt werknemer ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

De kantonrechter oordeelt als volgt. VvAA heeft zich onder andere op de uitspraak Van Hooff Elektra (HR 11 december 2009, JAR 2010, 17) beroepen en gesteld dat werknemer voor toewijzing van het verzoek aannemelijk dient te maken dat er sprake is van een zodanige verandering in de omstandigheden dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dient te eindigen op een nog eerder tijdstip dan waartegen is opgezegd, hetgeen werknemer niet heeft gedaan. Dit uitgangspunt is in de onderhavige zaak echter niet van toepassing. De raadsman van werknemer heeft namelijk in augustus 2011 aangekondigd dat hij een gerechtelijke procedure zou entameren indien partijen niet nader tot elkaar zouden komen. Het moet VvAA redelijkerwijs duidelijk zijn geweest dat de raadsman van werknemer hiermee een ontbindingsprocedure en een kort geding procedure ter schorsing van het relatiebeding bedoelde.

De arbeidsovereenkomst wordt wegens verval van de functie en een verstoorde arbeidsrelatie ontbonden. Er wordt een vergoeding toegekend conform de kantonrechtersformule. Ten aanzien van de B-factor wordt geoordeeld dat de bonussen een vast bestanddeel van het loon uitmaken. De ontbinding is in overwegende mate te wijten aan VvAA. Het gestelde disfunctioneren is onvoldoende aannemelijk gemaakt. De C-factor wordt derhalve vastgesteld op 1,25.