Rechtspraak
werknemer/VvAA Groep BV
Werknemer is sinds 2000 in dienst van VvAA als Senior Vermogensbeheerder. In de arbeidsovereenkomst is een relatiebeding (genoemd: concurrentiebeding) overeengekomen. In 2008 is VvAA een samenwerkingsverband met Friesland Bank aangegaan, waarna werknemer zijn werkzaamheden alleen nog voor Friesland Bank verricht. Nadat Friesland Bank in 2010 heeft besloten bepaalde activiteiten uit te besteden waarbij de functie van werknemer is komen te vervallen, hebben partijen geen overeenstemming kunnen bereiken over een passende functie voor werknemer. In 2011 is kritiek geuit op het functioneren van werknemer, waarna een conflict is ontstaan. Na verkregen toestemming van UWV Werkbedrijf heeft VvAA bij brief van 15 november 2011 de arbeidsovereenkomst tegen 1 februari 2012 opgezegd. Thans vordert werknemer schorsing van het relatiebeding.
De kantonrechter oordeelt dat VvAA voldoende belang heeft bij handhaving van het relatiebeding. Aannemelijk is dat VvAA nog steeds meedeelt in de opbrengsten van de vermogensbeheeractiviteiten van Friesland Bank. Geoordeeld wordt dat het relatiebeding ook ziet op de situatie na de overname door Friesland Bank, maar wel alleen voor oorspronkelijk klanten van VvAA en niet voor de klanten van Friesland Bank. Werknemer heeft op zijn beurt aannemelijk gemaakt dat hij door het relatiebeding wordt belemmerd bij het vinden van een andere functie als vermogensbeheerder. Geoordeeld wordt dat werknemer onbillijk wordt benadeeld wanneer het relatiebeding langer dan één jaar na het einde van de arbeidsovereenkomst voortduurt. Volgt schorsing van het relatiebeding met ingang van 1 januari 2012.