Rechtspraak
Werknemer is in dienst van Geomet BV (hierna: Geomet) en verricht bodemonderzoek. Tijdens de werkzaamheden heeft hij in augustus 2008 een elektrische schok gekregen. Sindsdien heeft werknemer veel lichamelijke klachten, voornamelijk aan de arm en schouder. In de onderhavige deelgeschilprocedure stelt werknemer Geomet (en Geomet Bodemonderzoek BV) aansprakelijk voor de schade. Geomet stelt dat nadere bewijslevering noodzakelijk is, hetgeen niet binnen het kader van de deelgeschilprocedure past.
De kantonrechter is met Geomet van oordeel dat voor een beslissing op het onderhavige verzoek nadere bewijslevering of deskundigenadvies nodig is, als gevolg waarvan de procedure dermate veel tijd, geld en moeite gaat kosten, dat dit niet opweegt tegen de bijdrage die de beslissing kan leveren aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst. Nu de toedracht van de schadeveroorzakende gebeurtenis een rol speelt in het kader van de beoordeling van de nakoming van de op Geomet rustende zorgplicht, rusten de stelplicht en bewijslast ten aanzien daarvan op Geomet. De stelling dat Geomet niet meer in staat moet worden gesteld op dit punt bewijs te leveren, volgt de kantonrechter niet. Het enkele feit dat Geomet geen onderzoeksrapportages heeft opgemaakt dan wel doen opmaken maakt niet dat moet worden geoordeeld dat Geomet niet aan de op hem rustende stelplicht heeft voldaan en dat de door werknemer geschetste toedracht als vaststaand moet worden aangenomen (HR 15 december 2000, NJ 2001, 252). Geomet heeft voldoende gesteld ten aanzien van de toedracht van de schadeveroorzakende gebeurtenis. Nu de door Geomet gestelde toedracht echter door werknemer gemotiveerd wordt betwist met het met stukken onderbouwde betoog dat hij een elektrisch trauma heeft doorgemaakt, zal om op het verzoek van werknemer te kunnen beslissen op dit punt nadere bewijslevering en/of deskundigenonderzoek moeten plaatsvinden. Gelet hierop wordt het verzoek op grond van artikel 1019z Rv afgewezen.