Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie 's-Hertogenbosch), 16 januari 2012
ECLI:NL:RBSHE:2012:BV2283
Stichting ROC De Leijgraaf/werkneemster
Werkneemster is sinds 1 augustus 2008 in dienst van De Leijgraaf, laatstelijk als docent LB. Bij haar indiensttreding heeft werkneemster gemeld dat zij haar lerarenopleiding nog niet helemaal had afgerond. Ze heeft aangegeven dat ze in de zomer van 2008 verwacht af te studeren. Er is een scholingsovereenkomst gesloten, die na een eenmalige verlenging loopt tot 1 augustus 2011. Tot op heden is zij niet afgestudeerd. Thans verzoekt De Leijgraaf ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De Leijgraaf voert aan dat werkneemster per vergissing een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft gekregen. Omdat werkneemster nog niet bevoegd was als docent, had zij als docent in opleiding in tijdelijke dienst moeten worden genomen. Op 23 februari 2011 bleek voor het eerst dat werkneemster pas voor het einde van het jaar de lerarenopleiding zou afronden en dat zij nog een communicatietraining nodig zou hebben. Daardoor ontstond twijfel over de geschiktheid van werkneemster voor de uitoefening van haar functie en over het voldoen aan wettelijke eisen als de opleiding eenmaal zou zijn voltooid. Verder is er vanaf 1 augustus 2011 een wijziging in de omstandigheden. Vanaf die datum tellen de uren van werkneemster niet meer mee bij de verantwoording die De Leijgraaf af moet leggen voor het minimumaantal uren dat er les moet worden gegeven. De Leijgraaf heeft geen andere passende functie voor werkneemster.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Werkneemster voldoet niet aan de wettelijke vereisten om haar functie te mogen verrichten en de maximale termijn die haar mocht worden gegund om aan die vereisten te gaan voldoen door haar diploma te behalen, is sinds 1 augustus 2011 afgelopen. Werkneemster is derhalve niet geschikt voor het uitoefenen van haar functie als docent LB. Dat De Leijgraaf een passende functie zou hebben is niet aannemelijk geworden, zodat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden. Omtrent de vergoeding wordt overwogen dat de omstandigheid dat werkneemster niet voor haar indiensttreding is afgestudeerd en dat ook niet kort na het in dienst treden heeft gedaan, voor rekening van werkneemster dient te komen, omdat zij de indruk had gewekt dat zij wel zou zijn afgestudeerd. Anderzijds is de studievertraging onder andere veroorzaakt door De Leijgraaf, die haar langer liet werken dan de overeengekomen vier dagen. Derhalve wordt een vergoeding van € 16.800 bruto toegekend, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met de omstandigheid dat De Leijgraaf eigenrisicodrager is, de duur van het dienstverband, de leeftijd van werkneemster en haar huidige salaris.