Rechtspraak
eiser/verweerder
Werknemer zou met ingang van 1 april 2007 voor bepaalde tijd (t/m 31 december 2007) voor een brutomaandsalaris van € 4.000 in loondienst treden van een door werkgever op te richten vennootschap Aquadruk BV i.o. Werkgever heeft de arbeidsovereenkomst volgens werknemer bevestigd in een e-mail van 20 maart 2007. In de periode vanaf 1 april 2007 heeft werknemer werkzaamheden verricht, waaronder het opzetten van een eenmanszaak onder de naam Aquadruk. Werkgever heeft Aquadruk BV i.o. niet daadwerkelijk opgericht. Volgens werknemer heeft de werkgever een onrechtmatige daad gepleegd en is hij in privé gehouden tot nakoming van de arbeidsovereenkomst. Het hof heeft de vordering van werknemer afgewezen, omdat (1) onvoldoende aannemelijk was geworden dat partijen een arbeidsovereenkomst hadden gesloten en (2) dat werknemer onvoldoende had aangetoond wat zijn schade is (in het kader van de onrechtmatige daad). Tegen dit oordeel keert werknemer zich in cassatie.
De advocaat-generaal concludeert als volgt. De vraag of het hof op juiste gronden heeft geoordeeld dat er wel of niet een arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen, berust op een waardering van feiten die aan de feitenrechter is voorbehouden en daarom in cassatie niet op juistheid kan worden onderzocht. Wat de cassatieklacht ter zake de onrechtmatige daad betreft, concludeert de A-G dat werknemer onvoldoende heeft gesteld waaruit blijkt welke werkzaamheden hij zou hebben verricht waarvoor hij niet reeds schadeloos was gesteld door de eenmalige betaling van de werkgever.
De Hoge Raad oordeelt als volgt. De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 Wet RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.